Wednesday, March 1, 2017

Den sorte Drøm - 19.11

"Je ogen waken over me,
Ik slaap in verloren momenten,
Mijn herinneringen spelen zich af achter het gesloten,
Iedere beweging in schrik is een overgave,
Elke zin die gemompeld wordt,
Het zijn de boven op liggende voor hand woorden,
"Het spijt me", "ik mis je", "ik kon het niet",
Maar meer nog dan dat,
Ontwaakt zij in mij, misschien dat ik daarom mijn hoofd niet durf te rusten,
Of eigenlijk, weet mijn lijk het zeker haar eigenheid hier,
Zij zorgt voor iedere beweging die ik maak wanneer ik niet langer zweef tussen bewust en zijn,
Na al die tijd, het concept, heeft zich nog steeds in mijn macht,
De heimwee overspoeld me dan ook in de donkerste nacht,
"Mhhhamhhhanmm",
Ze klinkt als mijn woorden maar komt niet bij klonk aan,
Was het maar zo, dat iedere gebroken brug automatisch een zeemansgraf werd voor zij die nog steeds grenzen durfde te passeren,
Maar ze past ervoor, gaat er niet aan onder al wenste ik door,
Ik vertel je hoe ik geniet van de rommel hier, meer geniet ik van rommelen zelf het laten liggen daar draai ik me niet voor om,
Moet mezelf dwingen de vrijheid te ervaren, dat vertelde hij me,
Het is als oorlog voor de vrede,
Ik mag het genot zegevieren in de stille morgen,
Tot de zorgen mijn avond in nemen,
En zij mijn dromen gijzelt, wellicht is de angst om haar iedere nacht daar te ontmoeten, wel de grootste geseling van allemaal,
Ik wil je nog toefluisteren, 'slaap zacht',
God, wat is dit ogenblik prachtig,
Hoe na strijd je afwezigheid in mijn lucht blijf hangen,
Je ogen waken over me, ze wekken me nooit,
Ik slaap in verloren momenten,
Maar een enkele keer droom ik,
En juist die, verlies ik niet." .

Post a Comment