Tuesday, May 21, 2019

X

"En hoe langer ik liefheb en laat liefhebben, hoe meer het tot mij komt, dat liefde altijd een Kafka in kinderschoenen is."

Monday, May 20, 2019

X

"Een gemiste kans er te zijn voor, is eigenlijk een kans genomen om afwezig te wezen, en te leren dat je niet noodzakelijk, maar optioneel bent."

POWPOW

"Zij de geweren, geladen drinken wij gezamenlijk, wachtende tot op scherp, schietende werd.
De flarden en schrammen nauwelijks. Wij zijn van ijzer wanneer in het gezwelschap.
Er wordt lood geslikt en weggepinkt. Niet echt dus te noemen. Het plafond is van bakstenen. Glas schijnt de illusie. Zo licht regent het niet.
Zij de geweren, verpaffen hun laatste op de lach, maar wie het langst lacht. Ik kreeg altijd al de slappe van gehecht of verbonden worden. Dit hart is elastisch als het moet. Het buigt tot het niet langer breken kan. Momenteel heeft hij een kogelvrij hart maar aan de keflar ontbreekt het hem.
De glimlach is de glimlach niet, net voordat de laatste zich verschiet in onzinnigheid.
Er werd een reddingsvest verdronken onder de tafel. Wij poochden haar een zeemansgraf te geven, maar het deuntje van het golfbad speelt zich niet langer af. Gesloten oord wil ongestoord zachtjes kabbelend de storm vergeten. Er is geen overlevingspop meer te redden van de bodem.
Zij de geweren, schoten de plank mis, begrepen niet, verwachten wel, het is te laat voor spijt, had het gespeten dan was het spoederig gesproken dan achteraf om vooruit te, maar in het moment altijd genegeerd, tot hoog nodig of brood, dan komt er schot in, het viert kogelsnel, zonder aarzeling, wanneer het raken kan.
Zij het geweer, nog erger dan het stelletje, dreigt met de veiligheidspal, voor het leven, ze zou de moed niet hebben al durfde ze, legt het al jaren op tafel neer als wapen, het trekken, maar zij is er nog, de kreer, zal hem eens doen gelden, alsof ze meer dan patronen te bieden heeft, alsof de kolf ooit echt kan houden, een mens van zulk bespottelijk kaliber dat zij het verschil tussen het jagen op en liquideren van de ziel als eengelijks schot in de roos beoogt. Zo gericht op het eigen ego dat zij uiteindelijk altijd zichzelf in de voet schiet. Er bestaat geen magazijn voor dit geweer, er zou er nog niet een zijn die zo halfgeladen wil sterven aan een oneindig niets.
Er zijn geweren in omloop, te veel in omloop. Waak het wapen niet. Beter neer dan nooit geschoten. Dan is het pas helemaal mis."

Friday, May 17, 2019

Q


"En regent valt alleen, wanneer de druk veranderde. En adem halen doen we pas, wanneer de lucht geklaard is. En stilte, is niet er niet alleen voor, maar ook na de storm."


X

"Het was een omgevallen muurtje. 
Beklad met graffiti en kinderlijke krabbels.
Zij had ons daar getekend met harken als handen.
Wij hielden elkaar vast.
Een glimlach op het gezicht.
Het was goed verstopt.
Achter alle klimop.
Het leek alsof het zwaar zou zijn.
Maar een aanraking en het kwam gelijk mee.
Het was een ruïne, een afgebrokkeld bouwwerk.
Het sprookjes achtige landschap van verwoesting.
Een verleden vol half afgemaakte gedichtjes en schetsen van een kinderhand.
Overal stekelige planten met vettige bloemen.
De grond is bedekt met een tapijt van vers mos omringd met duizend brosse bloemetjes.
Ze kunnen amper een aanraking weerstaan.
Veranderen direct in stof zodra ik mijn vinger vlei over de kroonblaadjes.
Maar als ik even wacht, dan komen zij met ongekende snelheid terug, in volledige bloei...
Kippenvel.
Ik lig in het mos. De bloemen reageren op het ritme van mijn adem, ik streel met mijn hand over het magische tapijt, stof.
Over mijn benen, armen, de flinter dunnen steeltjes groeien gretig over de vingers, handen, nek.
Ik kan het zo met een ruk van mij afschudden, maar besef, geef ze genoeg tijd en zou niet kunnen ontsnappen.
Het stuifmeel vormt kleine wervel winden die hoog boven de lelies zichzelf mengen tot gouden stof wolken.
Een heuse rivier die boven mijn hoofd meanderd en mengt, betoverend, fluisterend zachtjes en geruststellend naar mij.
Voorbij deze gouden rivieren is niets meer dan een onherkenbare sterrenhemel gevuld van licht.
Een onzichtbare invloed tot over de horizon.
Een zachte "aahm" zet zich op in verte.
Ik wist het wel. Zij ziet mij."


Dankbaarheid =


"En toen mijn lippen enkel naar verdoemenis en oorlog smaakte, kuste je ze nog altijd alsof, zij vol van licht en warmte zouden."

11.08.19


"Dat in het verdrinken de lucht besloten lag. Dat in verliezen de grootste waarde besloten zat. Dat mijn oma haar echtgenoot het hele leven tijdens partijtjes begrapte over zijn gesnurk terwijl zij eigenlijk iedere ochtend haarzelf wakker snurkte. Dat een bodem niet loos is wanneer zij gezien wordt als fundering om op te bouwen. Dat een labyrint enkel een weg is die men dwingt de omgeving te ervaren. Dat enveloppen geen cadeaupapier zijn maar wel als cadeautip geregistreerd worden. Dat wij tegenstrijdigheden noemen alsof zij in oorlog zijn maar ik de een nog nooit zonder de ander hebben kunnen zien overleven. Dat een hart vol van Kafka een hart vol van doorzettingsvermogen is. Dat opgeven een dubbele betekenis deelt terwijl erkennen er enkel een draagt. Dat powerfoods alleen je lichaam juist zwakker maken. Dat hoop voor de domme schijnt maar optimisme met mate van intellect samenhangt. Dat wij tegen planten lief praten om hen op te doen laten bloeien en onze eigen kinderen beleren zoekende naar dezelfde uitkomst. Dat in de vraag meestal het antwoord besloten ligt. Dat Jordan Sparks geen hit maar een punt had. Dat de dikste laag ijs het lichtste lijkt maar een mens altijd door het duister naar boven zwemmen moet. Dat eenden in groepen reizen en leven maar liever in hun eentje zijn. Dat ik ooit Kundera hoorde spreken en hij niet als een schrijver klinkt. Dat het beste ondergoed voor vrouwen door vijf mannen als "hotpants" genoemd werd maar dat eigenlijk korte broekjes zijn. Dat wij pamfletten bedrukken om te smeken of wij de bomen kunnen behouden alsjeblieft. Dat beloftes geen woorden zijn maar daden. Dat iemand luchten niets met ademruimte geven te maken heeft. Dat je een plooirok zelfs nog glad moet strijken. Dat grip hebben op niet gaat over wat binnen handbereik of vast ligt."

X

"Hij zegt mij, om het ijs te breken, vertel me hoe viel je voor hem?
Het is een ingewikkeld verhaal. Het duurde lang. Het was geen zwakke knieën en bonzend hart, of filmisch verhaal. Hij was mijn beste vriend. Maakte mij altijd aan het lachen tijdens druilerige kantoor dagen. Wist precies uit zijn hoofd welk zaakje welke bestelling zonder taugé met paprika uitzondering. Hij koos altijd het perfecte boek uit voor me om te lezen juist op het moment dat ik zonder geen raad meer had geweten. En ergens op een doodnormale maandagavond om en nabij half vijf liepen wij naar de albertheijn, maaltijd salades met 1 euro korting, hij haalde donuts als toetje, wij wandelde in stilte terug. Ik weet niet wat het was die dag, maar ik was moe en op en mijn hoofd was er niet bij. Ik wilde oversteken en hij greep in een fractie van een seconde zo met zijn grote armen langs mijn buik af mijn arm en keek mij aan. En in die paar tellen dat de auto passeerde en hij mij 'n let op he op het lijf drukte zag ik zijn ogen, ik zag mijzelf in zijn ogen, de bezorgdheid, de diepte, het grootse, ik zag mijzelf in zijn ogen op een geheel nieuwe manier, alsof ik iemand daarin leerde kennen wie ik altijd al had willen zijn. Ik voelde mij nog nooit zo veilig of waardevol als toen. En op het moment dat hij me losliet en overstak speet het me dat het licht niet langer rood was. En ik kon alleen nog maar denken, aan de kippenvel die hij me gaf. Dat gevoel van adem die stokt. De oceaan blauwe ogen die dwars door mij heen kijken. Soms, weet ik niet eens waarvoor hij mij beschermd, alleen dat ik het getroffen heb, met iemand die mij zo borgd, naar mij kijken kan alsof hij zeker wil weten dat de wereld nog intact is. Wij waren gewoon vrienden. Maar iets in de blik, deed mijn hele zijn schudden op haar grondvesten en vallen voor, wensende dat ik elke dag mocht spenderen proberen te worden wie zijn ogen mij maken tegen alle beter weten in, dat hij altijd meer in me ziet, dan ik werkelijk ben."

X


"Dit is geen bootje, geen sloep, geen zee, geen oever, geen eiland, geen dobber, geen kabbel, geen strand, geen deining, geen water, geen golven, geen vaart, geen schip, geen kolken, geen wrak, geen drijfhout, geen zinkende, geen drijvende, geen vlot en geen schuitje, al vervoert het mij, en hem aldoor, alsof het alles en meer, toch zo gegrond in het betreden van open water."

YOU

"Er was niet eens zo veel voor nodig, gaf me een boek, vol van mijzelf, vroeg me te zoeken naar alle redenen om van het verhaal, de schrijver te houden, het leek het moeilijkste dat er was, tot er achter elke zin een punt bleek te zitten. De hoofdpersoon."

X

Voor elke buik vol van gemis, die haar zorgen uitgeteld baarde, opvoedde bij eigen hand, ze overspoelde met liefde tot zij op eigen benen konden, de wereld in gingen, niet langer het middelpunt van, en toch, alsnog, altijd, en immer meer, voor elke buik vol van gemis, dat haar zorgen baarde en ze aan de borst nam, voor het verdriet en de fantoomliefde, de zorg voor de zorgen, voor elk boven verwachting en over tijd gedragen volgroeide hoop, voor elke buik vol van gemis."

LandSlide


"Alles boven 26.000 voet. De zone des doods. Hoeveel stappen? Ik klom de berg en liet me vallen aan de voet van de top. De berg kwam naar mij en brak zich op. Ik klom de berg en liet mijn liefde varen. De berg kwam naar mij al afbrokkelende. 906 dagen. Al tobbende. Ik was bang te veranderen omdat het leven om de berg is gebouwd, maar meisjes worden vrouwen, en ook vrouwen worden ouder, wijzer, dus ik nam mijn liefde, en ik nam haar mee."

XOXO


"Misschien zijn wij allemaal boeken, die zo gewend zijn aan het teruggelegd worden wanneer de achterflap niet de gewenste samenvatting gaf, of de toevallige bladzij die op het moment van de eerste ontmoeting, net niet sprak naar het sympathieke van.

Kozen wij boeken maar, op basis van de inscriptie die zij ons zelf zouden schrijven, waren zij werkelijk de persoon geweest die zij wezen.
Kozen wij partners maar, op basis van hun liefde voor een punt of komma, een woord in twee gebroken of aangesloten, kozen wij partners maar, op basis van de onherroepelijke liefde die zij kunnen koesteren voor het kleinste detail van ons mens zijn.

Waren samenvattingen maar verboden, zat er maar een herroeping op glanzende kaften die verblinden, was er maar een wet tegen het gebruiken van andere vingerafdrukken in om te drukken op.

Was het maar vanzelfsprekend, dat wij, mensen, wij boeken, grondig bestudeerd werden als in de ontvankelijkheid voor elke letter puur en oprecht ongeacht.

Misschien zijn wij allemaal boeken, zo gewend halverwege op het nachtkastje te verdwijnen tussen een stapel andere opties, zo gewend in een tas tussen de rest van de bagage onze waarde te verliezen in de onvoorzichtigheid, zo gewend dat kantjes omvouwen en tot onderstrepingen beperkt worden normaal is.

Misschien zijn wij allemaal boeken, wachten op de lezer, die van begin tot eind, teder elke bladzij, met gestokte adem elke strofe, wie ons liefheeft alsof wij inderdaad even kwetsbaar wezen, als het enige echte verhaal, ons leven."

Saturday, April 20, 2019

Gesmoord met nootmuskaat.

Wij zijn wat hij noemt een "near miss" en soms, in een waas van whiskey en zorgeloosheid, dan noemt hij ons, een onmogelijke vondst.

Hij had geen verblijf. Wij hadden veelal geen thuis bij keuze. Parijs. Lissabon. Hongkong. Turijn. Melbourne. Krakouw. Praag. Moskou. Berlijn. Londen. Kaapstad. Wij liepen elkaar 21 jaar mis, zoekende, hoe een thuis te vinden in het nomaden bestaan.

Mijn vriend is een echte bloemkool. Niet een gewone bloemkool, maar een echte bloemkool. Je weet wel, zo'n Hollander bij uitstek. Hij is stug en nors maar heeft een hart van goud gevuld van warmte en liefde. Maakt nauwelijks iemand een compliment en als hij het doet, dan complimenteert hij je bij anderen, en hoor je via via, dat je het goed deed. Waarom rechtstreeks, als het ook met een omweg kan? Hij roddelt graag, maar loopt er nooit mee te koop, je mag niet roddelen, dus roddelt hij nooit, tot hij wel roddelt. Semi gereserveerd. En als wij een vakantie boeken vanuit de luie plek in het bed, dan roept hij uit "kijk hier dan, 80 procent korting, tach-tiggg Carmen, dat doen we, dat doen we, kijk dan met bad, met een bad voor taaach-tig tach-Tig procent korting, we gaan alleen nog maar buiten het seizoen op vakantie, we doen het, we doen het, we kijken niet meer verder, kom op zeg nou, zijn wij Hollanders of niet?" Een bloemkool zonder twijfel. Hij gooit nooit eten weg, behapt zelf alle "seundjes" want ook dat is zonde weg te gooien. Hij klaagt niet graag maar als hij de griep heeft, dan is het raak. Mijn vriend is wat je noemt een bloemkool, je ziet het alleen, zo van buiten, niet.

Soms neem ik hem mee, wij gaan op een "excursie" zogezegd. Naar het dorp, de stad uit. Hij praat Brabants, maar dialect is tien werelden verder weg. Ook al verstaat de man niets, hij glimlacht lief, probeert de kern van de gesprekken te bevatten maar sloeg de plank ver daarvoor al mis. Deed een nette broek aan en een polo, want een eerste indruk bij vrienden en familie... Had hij mij maar op het woord geloofd, een spijkerbroek, dat is al heel wat. Zo een op een het gaat nog wel, als ze maar jong zijn in het gezelschap. In de kroeg is het een ander verhaal, iedereen is stil, zij draaien hun hoofd naar hem, daar staat een Pool. Deze Pool is eigenlijk gewoon een Nederlandse Rus, of een Russische Nederlander, of wat ik dan noem, een bloemkool met een sausje, een echte Hollander met wat excentrieks. Maar dat is niet hoe het gaat. Er wordt me gevraagd, wat ik met een pool moet, mensen ruimen hun portemonnee die standaard op de hangtafel, de bar of half uit de jas stekende, veilig is, stante pe op. Er was ooit in de tijd dat mijn oma jong was, een dorpsneger, later werd het een kutmarrokaan en nu, jawel was er een tijd lang een dorpspool geweest, waar mijn vriend op leek, ze weten het zeker niet te vertrouwen.

Mijn familie houdt van hem, maar zij begrijpen het niet, een Pool die zijn geld verdient al rondjes draaiende op zijn hoofd. Zij probeerde zich voor te bereiden op de ontmoeting, ondervroegen mij al weken vooraf, breakdance, blijven ze maar zeggen, ik probeer ze uit te leggen, het is een belediging, hij breakt dus hij is een b-boy, maar eigenlijk doet hij nu experimentele dans. De zucht aan de andere kant van de lijn is zo luid dat het de verbinding verstoord, ik dacht even dat ik had gehoord, daar gaan we weer. Het is spijtig maar waar, dat ik vanaf daar, dan ook vaak te horen krijg hoe de v, wel bij "ons" paste. Waaronder een snuivende labzwans met agressieve trekjes, maar he, wel geboren en getogen in en zijn neus. Aha, daar gaan we weer, hij was gewoon. Alle andere zijn altijd welkom, ik natuurlijk ook, maar ik moet wel vooraf laten weten of de Pool mee komt. Mijn vriendinnen hebben daar geen last van, hun hooligan stoeptegels uit de grond trekkende met voorbedachte raden veroordeeld voor openbare overlast de wereld kapotscheldende wederhelften zijn altijd welkom, ze komen uit d'n durp, dat is gewoon hoe het hoort.

10 juni 1994.

Zijn vader zegt hem "dat hij nu de man van het huis is," hij verteld zijn 14 jarige zoon "dat het tijd is," geeft hem 100 roebel in zijn hand voor in noodgevallen. Drukt het hem nog een stevig op het lijf met zijn knoesten van handen. Het leek heel even net alsof, papa, slikte. En kleine Androeska strief toen André het vliegtuig in stapte. Hij neemt zijn moeder en zusje mee. Waakt over ze de hele reis. Zij landen in het kikkerland.

12 juli 1994.

Mijn moeders vliezen breken. Zij wilde zojuist in de grote hitte een douche nemen. Mijn vader doet de tuin. Schoffelt wat. Het badkamer raam staat op een kiertje op kiep. Zij roept hem zachtjes. Onderweg naar Helmond belt de verloskundige, het is te vroeg, het is te vroeg, het is veel te vroeg, het kan niet. Zij belanden in Veldhoven, een paar straten verderop.

14 juli 1994.

André bevind zich in een iets minder kant en klaar "thuis" dan zij veronderstelde. Veldhoven is een grote kleine plek. Tijd ruimte, vormde een probleem, hoe ironisch ook voor een jonge man wandelende door de Kometenlaan. Hij vind de voordeur op de Sirius. Nummer 15. Het is er altijd druk, er is altijd nood, het is als Rusland was, een anarchie waar hij creatief doorheen, langs en naast beweegt. Maar als hij dwaalde door, dan bevond hij zich onder de sterren. Een stille troost, voor een zwijgend kind.

15 juli 1994.

Zij noemen haar "Carmen" naar de opera van Bizet. De dokter had nog zo tegen hem gezegd, "met alle respect meneer Verduyn, stuur geen geboorte kaartjes, geen mens wil in dezelfde week de rouwkaart erachteraan sturen, houdt uw dochter gewoon vast, zo lang u haar vader bent." Hij spendeerde uren langs de printer, Peter het konijn stond voorop. Aan de binnenkant een verzoek, om niet langs te komen, niet te bellen, om moeder en kind met rust te laten zolang zij in het ziekenhuis verkeerde. De man doet zijn best. De printer heeft het geweten. Een klap, twee klappen, de printer is niet langer hier. De zon scheen, maar het weer klopte niet.

20 augustus 1994.

André krijgt een kaart van zijn vader. Een ansicht. De voorkant zag er treurig uit. Bedroeft als een die je stuurt bij een condoleance, de binnenkant was nog triester. De man mag het land niet uit. Hij probeert het. Hij beloofd het. Haalde tot aan Düsseldorf, maar kwam niet verder dan daar. Hij was zo dichtbij, en faalde toch. Het gezin leeft nog in zijn hart, hij hoopt dat zijn zoon het zijn vrouw en dochter goed laat maken, dat hij sterk is, maar... Vergeef mij alsjeblieft Androuska, je vader, komt voorlopig, nooit meer.

31 augustus 1994.

Zij had al dagen geademd zonder hulp. Haar hart stond niet langer stil in haar slaap. Het gepiep en gebel en de eindeloze stroom aan draden, van en naar, waren verdwenen. Zij mocht naar huis. Kreeg van haar moeder een licht gele gebreide jurkje aan. De schuin tegenover buurvrouw had het met alle haast gemaakt. Er waren bij prenatal geen kleertjes voor een pasgeborene zo klein, dat ze eigenlijk dood had moeten zijn. Er moest met stel en sprong. Een mens denkt niet dat het voorbereid moet zijn op onvoorziene omstandigheden, daarom zijn zij dan ook onvoorzien. De kamer, nog ruikende naar de zojuist in kindervriendelijke geschilderde kleur, was zo goed onafgemaakt als mogelijk. Er werd een borreltje gedronken op haar levenslust, het was een vechter, daarom leefde ze nog. En twee straten van Sirius vandaan verlieten zij Veldhoven.


Jaren verstreken.

Zijn moeder nam ze mee op sleeptouw, naar hier, naar daar, naar overal, waar het even leek, alsof er geland zou kunnen worden. Alsof zij daar... Androeska ontmoet zijn vader in Italië. Voor het eerst in jaren. Hij lijkt desondanks niet op hem. De man is zeker zijn vader niet. Dit is een oude grijze dronk, met een uithaal. Een oorlogsveteraan, die het veld nooit verlaten heeft. Dit is een man met spijt in zijn ogen, en Androeska's vader, was zo zeker van zijn zaak. De man in huis besluit, moeder het is tijd, zij verlaten Italië, voor de eerste haven, terug.

Op Schiphol daar, maakt mijn moeder voor ieder vertrek een foto en staat Olga haar permanent al op de achtergrond. Wij hadden elkaar overal kunnen vinden, maar vonden de ander pas toen wij beide ons neergelegd hadden bij de onmogelijkheid te kunnen vinden in een stroom van geforceerde verhuizingen, vluchten en achterlaten van, op zoek naar een plek waar, daar, het mens, eindelijk compleet wezen kan.

14 augustus 2015.

Ik ontmoet een nukkige Rus. Hij zegt al handenschuddend nog voor mijn naam de lippen passeerde dat hij deze toch niet onthouden gaat. Ik vind het pretentieus voor een man die drie namen nodig heeft om door het leven te kunnen passeren als zichzelf. Hij becomplimenteerd mijn stevige handgreep, ik wijs hem erop dat het een deugd is, bedoeld om een indruk achter te laten. Of je mij vergeten zal, dat weet ik niet, maar dat je me herinneren gaat, staat vast. Wij zijn gelijkwaardig geïrriteerd. Er ontstaat een debat, zonder voor's en tegen's, eigenlijk gewoon een gesprek.

15 juli 2018.

Zijn zoontje zit in tranen. Het lukt hem niet. De andere voetballen niet zoals hij wil. Het is lastig. Ik zit op een trapje, staar voor mij uit. Denk aan wat er ontbrekende is aan. Het gemis. Het kind komt naast mij zitten legt zijn handje op mijn gezicht, kijk mij een goed aan en vraagt me, of hij mij troosten moet, zie je ik ken zijn vader toch, wij hebben dezelfde ogen, hij is zijn vader kwijt, hij zat zojuist nog aan tafel, of hij dan niet even bij mij mag, omdat ik op hem lijk. Hij kruipt mijn schoot op, legt zijn hoofd tegen mijn schouder. Wij zitten zo daar. Ik zeg hem "nostalgisch" zo noem ik de ogen, maar ik ben bang kleine, dat het een heimwee naar een verloren zelf is. Ik aai zijn snoet, zijn bolletje en zijn rug. Wij zoeken een gekleurde stoepkrijt samen. De kinderhand laat los. Hij voetbalt. En ik kijk. Zijn vader kijkt ook. En soms op dagenlange durende nachten drinken wat, spreken over spijt en troost, over de maan, pen vrienden, verscheurd zijn, het gemis, het genot en over muurtjes.

20 oktober 2018.

Mijn opa vraagt me, "komt hij hier iets zoeken, of hoe zit dat?" "Ja. Ja. Precies zoals de grootouders van oma, precies zoals je zus in Australië, precies zoals mijn ouders altijd zochten, naar elke kans op een betere toekomst. "of hij ook iets komt brengen hier?" Het was een goed bedoelde vraag, die helaas toch raak was, en zeker niet subtiel. Hij is een mens. Hij komt hier mens wezen. "Hij hoeft niets te brengen, hij is hemzelf al." Het blijft aan de andere kant van de lijn akelig stil. "Een pool dus, lust hij wel citroen brandewijn of moet ik nu sterker aanschaffen of hoe zit da?"


Wij spreken, schrijven en lezen samen om en nabij 14 talen. Kunnen ons altijd verstaanbaar maken maar het verlangen om gehoord te worden overweegt het altijd. Hebben af en aan en om de beurt in 27 landen en tellende gewoond, gezworven, gewerkt. Veelal spreken wij in onze moedertaal, toch is er zulk gemis, aan de vadertaal, die immer meer onuitgesproken blijft. Dat ik al mensen mens, als deze al bestaan, verlang naar een godsgruwelendige verdomde ruzie, waarbij ik verstaanbaar ben in het temperament waarmee ik opgroeide. Dat pollepels die op de grond slaan en mannen die bij ieder punt dat ze maken opstaan, en dat de vuist op tafel en de afstandsbediening tegen je hoofd, er duidelijk, maar nooit de echte daad, van het woord zijn. Geen van ons spreekt ABN, wij zijn wel Nederlanders, maar niet in taal, wij delen een eigenste. Waar "dito" over liefde spreekt en "die dinges, dat dinges, of de dinges onder die dinges van dat dingetjes" instructies wezen, een taal waar wij "jubberen" gebruiken voor ieder nog nader te defineren werkwoord dat aan deze beperkte taal, ontbreekt. Wij hebben ons eigen taaltje, spreken over Nieuw Amsterdam, als bepaling van tijd, beargumenteren met "Zwitserland" hoe het gedrag  of de eigenschappen van de ander als veilig, gehecht, warm, een haven ervaren wordt. Wij spreken enkel in de taal van hoop, van wensen, van verlangen, van mogelijkheden, van hopen hoop die de hoop doen leven. Wij spreken de taal van de van liefde, van de ogen die onmiskenbaar, spreken vanuit het hart. Wij spreken zowaar iedere taal, behalve het dialect of echt Helmonds plat.





Wednesday, April 3, 2019

Wenskust en haar vraagstellingen

Dat er zolang wij in de mensenheugenis het begrip "papierwinkel" kennen, onderzoeken zijn gedaan, registraties zijn gemaakt, evaluaties uitgevoerd zijn op de meest willekeurige momenten met de focus op de meest onbelangrijke onderwerpen om conclusies te kunnen trekken over volstrekt onnodige wetenswaardigheden, is de conclusie die wellicht mogelijk getrokken zou kunnen worden op basis van bovenstaande onderzoeksgegevens, wanneer er na uitvoerig onderzoek in de toekomst, herhaaldelijk dezelfde gegevens naar voren zouden komen zoals, in ander onderzoek, naar verwachting voorspeld kan worden, bij vervolg onderzoek. Ons advies is dan ook om zolang de mensenheugenis en de dikke van Dale het begrip "papierwinkel" nog willen erkennen als zijnde onlosmakelijk verbonden met de huidige tijds- en cultuurgeest in onze maatschappij, om verder onderzoek te doen, naar onderzoeken die onderzoek doen naar onderzoeken die onnodig onderzoek verrichten.

Het was een tijd van daden. Waar woorden altijd te kort schoten. Vaak niet eens geladen waren. Dat een mens met zijn stem, als een revolver, dwars door vlees kan boren, de botten kan doen breken en het hart kan verpulveren. Was al tijden, niet meer van deze tijd. De laatste romantisch getinte brief dateert uit 1952. De adjudant schrijft zijn zwangere vrouw, dat zij niet langer alleen zal blijven, hij haar halen komt, en zij samen zullen zijn. Hij stierf nog voor de brief bezorgd werd. Daar stief de romantiek zegt mijn grootmoeder altijd. Dat wij decennia kunnen leven zonder werkelijk het mensenlijke in mens zijn aan te raken, leek mij als kind, werkelijk onmogelijk. En zie daar, het is niet eens de toekomst, maar het heden, waar de kinderen veerkrachtiger zijn dan hun ouders, de wereld optimistischer benaderen, alsof het leven met de jaren steeds meer op een veroordeling tot dood blijkt. Dat vaders liever dan thuis, op hun werk, kinderen van andere vertellen, dat het wel goed komt, dat zij goed genoeg zijn, dat zij niet alleen zijn. Dat moeders opleidingen halen, met het recht op onderwijs waar zo lang om gestreden werd, dat zij door hun eigen drukte, niet eens meer zien, dat zij hun kinderen nooit het belang op het hart gedrukt hebben, en zelf als ouder in de opvoeding met tegenmoed komen zo veel spijbelde, dat de kroost nu niet eens meer op de aanwezigheidslijst staat opdat zij al hun gehele emotionele loopbaan absent blijken.


Het woord was ooit groot. En als het niet de verdoemenis wezen zou. Zij droeg de wereld op haar schouders. Deed het allemaal alleen, verbinding, connectie, liefde, uitpraten, goed maken, vergeving. Verdomd nog aan toe, kreeg de taal, al een burn out voordat het vuur ooit uit gevonden was en nog eeuwen voordat de mens zich bewust was van zijn eigen psyche laat staan dat psychologie al een begrip was waar de taal zelf het woord burn out had kunnen spellen om zichzelf te classificeren als een ongediagnostiseerde zielenpijn dragende en hartezeer lijdende ziekte.


De spelling is zo moe, van het onbegrepen zijn. Van het altijd op de tweede plek staan. Hoewel, zij stellig is in dat zij het grammatica en literatuur ook niet kwalijk neemt. Zij had gewoon zo gehoopt, dat er iemand zou wezen, in heiden en ver, die van haar, onvoorwaardelijk gehouden had, hoe pedant en onvoorspelbaar zij dan ook soms, zijn mag. Er is onderzoek gedaan naar haar lijdensweg en hoe dat in correlatie staat met de eerste kruisweg beelden die ontstonden toen de bijbel beschikbaar werd voor de massa, maar de massa ongeletterd bleek. Dat pictogrammen en beelden, hier erg gelukkig van werden, heeft eerder aandacht gekregen in het boek "de geschiedenis in beelden vertaald in woorden," echter zegt de onderzoeksbundeling daarin niets over de uitputtingsslag die het manifesteerde op vrouwe spelling. Naar veronderstelling heeft zij lang troost gezocht buiten haar huwelijk in het klooster onder de monniken die hun leven wijdden aan het herhalen van haar woorden. Het is onduidelijk hoe haar partner grammatica hierop reageerde, we weten enkel, dat zij altijd een verstandhouding in acht gehouden hebben om het grotere goed, de mensenkinderen. Immers blijkt dat een scheiding of herdefinering van begrippen in die tijd, volledig bij het mannelijke geslacht lag. Gezien de woorden op dat moment in mensenheugenis nog als enkel onzijdig genoemd werden, lijkt het ons achteraf onmogelijk dat spelling dan wel grammatica ooit een verzoek heeft kunnen indienen om het huwelijk te ontbinden. Had er in de tijd een "papierwinkel" bestaan, dan zou over de mate waarin het wel of niet mogelijk zou zijn, nu nog gedebatteerd kunnen worden. Maar opdat het aan data ontbreekt, wordt er nu nog onderzoek gedaan naar de mogelijkheden tot verder onderzoek.


Recentelijk hebben we kunnen vaststellen dat de romantiek, volledig uit de taal verdwenen is. Helaas is zij spoorloos. Er zijn voorgaand, documenten gevonden van na 1952, die suggereren dat er wellicht alsnog wel al dan niet in schrift maar wel in spraak, romantische uitingen en woorden gebruikt werden wanneer de ramen dicht, de gordijnen gesloten en de tafelpoten met theedoeken bedekt, een stel alleen was in het huis of op een hooizolder stiekem elkaar opzocht. Er zijn bewijzen gevonden voor het woord "minetten" echter, is er nog een debat gaande over of het woord al dan niet te vulgair is om romantisch te zijn, en of er vanuit een reconstructie van de mensenheugenis kan worden vastgesteld vanuit welk referentiekader de gemiddelde mens in die tijd het woord wel of niet dan romantisch achtte.


Helaas, is de hoop, tijdens de industriële revolutie geherpositioneerd, zoals wij het nu doorgaans noemen, tijdens een van de eerste pilot's binnen het experimenteren met proces herontwerp en blijkt dat zij vervangen is door een machinale voldoende vergelijkbare variant van het fenomeen dat effectiever zou werken en meer in lijn stond met de eerste voorlopers van emphatievol-management zoals wij haar nu graag labelen. Het zou een berg werk moeten schelen voor de lichtwerkers die voorheen als van nature een woordbraaksel op commando konden spuien van precies de goede context en formaat. Hierna is de Homospreekziens volledig uitgestorven. Toekomst werd hiervoor in hun tijd, nog gedefinieerd als dat wat men toe behoorde te komen in de op bepaalde tijd nog op voorhand liggende in het leven. Zoals milinials nu "karma's a bitch but only if you are" zouden zeggen. Of er dan nu nog van het woord toekomst of de term hoopvolle toekomst gesproken kan worden, is onduidelijk.


Respectievelijk hebben een aantal poeten, die van oorsprong stammen uit de tijd waarin de last poet van de last poets om en nabij reeds ontbonden van de vorm waarin zij herkend werden op de hooggeletterden straten zoals Kometenlaan, Sirius, Deltaweg en Catharinaplein,  gepocht de romantiek weer terug te brengen in de tijd. Of in het gesproken woord op zijn minst. Dit, heeft genoten van bijzonder veel belangstelling van oren die nog nooit geleend werden voor andere dan televisionaire uitzendingen van de boodschap. Er wordt verondersteld dat de podcasts het over gaan nemen, maar tot nu toe, zien wij enkel mannen van 40 die nog bij hun moeder wonen het initiatief nemen om podcasts door te zetten. Wellicht, omdat de stem, enkel al genoeg is en er geen gezicht hoeft te wezen om het een wezenlijke volwaardige broadcast te maken van het woord. Helaas, zijn de meest gebruikte woorden in de uitzendingen, passief, agressief en passief-agressief, gezien dit de huidige populatie van verwend opgevoedde emotioneel geconstipeerde volwassenen zonder zingeving in het leven met als doel hun frustratie te kunnen herkennen in andere of het in het ontbreken aan te kunnen uiten, erg aanspreekt.


De aanleiding, (van dit onderzoek) die toch stelselmatig ontbreekt aan duidelijke structuur in het eindstuk, waarna we het derhalve maar tot, nou, essay dopen, hebben we in het relaas van de spijt en blaam overgeslagen. Laten we dan in de conclusie, maar besluiten, dat een inleiding, waarin de noodzaak voor het overmatig communiceren van een onnavolgbaar stuk, wel gecommuniceerd werd, gewenster was geweest, dan het toegeven aan de oncontroleerbare grillen, en eindeloze komma's, stijlbreuk fouten en het rondslingeren van onderwerp. Toch, wees nader onderzoek uit, dat het opgeven van het relaas eveneens negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor het overbrengen van het belang van de romantiek in de taal, opdat het verloren zou kunnen geraken in de vertalingen naar het wetenschappelijke dat van degelijk belang, daarin helaas het belang van het stuk niet langer, dragen kan, of behartigd. Wat is romantiek zonder hart? Of wetenschap zonder onvermoeibare passie en het geloof in meer dan dat wat is? Wat is nu werkelijk bewijslast wanneer niet gesproken kan worden van bewijs, of last, maar er een weet en zucht zich in de ontdekking doet opklaren? Theaetetus heeft in zijn logen helaas geen mono genoeg gehouden om het, als in, een stuk te verhelderen. Niets, is de amnese. Maar wij zullen het niet weten, tot wij het wisten. Zoals het precedent uit de pedagogiek in de tijden dat de opvoeding stierf, waarin na de bewezen effectiviteit van het weerbaar maken van de kinderen die vallen in de risico groep "mishandeling", het eindresultaat, kinderen die weerbaar bleken te wezen, echter frequenter, langduriger en excessiever mishandeld werden, opdat zij wisten hoe zich weerbaar op te stellen, maar niet weerbaar genoeg kunnen zijn bij de lijve in vergelijking tot de volwassenen of opvoeders die mishandelen, van wie een van de triggers zijnde voor de mishandeling, de mondigheid en weerbaarheid van de kinderen blijkt. De bewezen effectiviteit had helaas een negatief, positief oplopend effect, op het aantal kinderen dat stelselmatig mishandeld werd. Zodoende, zien wij gezien een veelvoud van precedenten op het gebied van grotere negatieve neveneffecten, af van het toepassen van elk of enige methodieken die wellicht ondersteuning of positieve bekrachtiging kunnen zouden bieden, enkel en alleen voor het geval dat, er dan genezen zou moeten worden op de preventie van een nog lager geletterde bevolking, en dat zou doen suggereren dat iedereen dan wellicht analfabeet zou kunnen worden door toedoen van, en wij geen mogelijkheid zien een projectplan op te stellen voor de aanpak van preventieve interventies in aanloop van de initiële preventieve interventie, opdat ook wij, de schrijvers, op basis van de voorspellingen, achteraf, niet nog kunnen schrijven, wat wij vooraf miste.


Er werd mij gepleit door de opperste, ja, alweer, ik zie mijn blaam, nogmaals. Mijn verontschuldigingen voor de tere geesten, die als zij al niet afhaakte, nu dan toch stoken, opdat alle logica, gezamenlijk, immer te meer, zonder lijkt. U was een lezer, geen publiek, gaat heen en verspreid het woord, van de God of vlogger die U aanbid. Dat de vrede of onwetendheid met U mag wezen. Voor zij die blijven, voor de zachthartigen die er hun ogen niet voor om draaien, mijn dank is grootser, dan het woorden aantal dat aan dit schrijfsel niet langer meer ontbrekende is, na overduidelijk gewenste redigering van bovenaf die niet toepast werd achteraf. Mijn empathie zij met U voor de lange lijdensweg, tot aan mijn punt, zie daar, de schrijfster van beroep, miste alle lessen samenvatten, toen zij tijdens de lessen stellen, naar logopodie moest, opdat een mens vaker spreekt dan schrijft, tenzij het een schrijver is en men toen nog niet wist dat ik schrijver worden zou. Maar zoals mijn zin eigenlijk lopen wilde, vanzelfsprekend, werd mij gepleit door de opperste, dat het manifest niet gepubliceerd zou worden, een eis, een smeekbede, een schrift van blaam naar de wereldbevolking opdat de romantiek gestorven is, een oproep naar de mensheid om meer lief te hebben, meer te houden, meer te neuken, verdomme nog aan toe, zou te controversieel zijn, in de wetenschap dat de wetenschap daar door wetenschappelijk onderzoek geen wetenschap van wil hebben. Zie hier, de Tirza, van de schrijfsels, liggend op de derde trede van het stapje richting de voordeur stilletjes snikkende alvorens U de schuifjes verwijderd van hun plek en het met een gepiep en gerammel opent. Zie hier, de wees in het mandje, dat geen thuis heeft om naar toe te keren en daartoe enkel dobberend wacht op een Franz die haar oppakt, of een Kundera om herboren te worden, en hem beveelt in het schrift om het kind te nemen als zijn vrouw. Zoals opgemerkt, beste lezer, nam ik geen van de opperingen van mijn opperste aan.


Gezien, noch plek, noch tijd, noch ruimte, voor woorden vuil van liefde, een juiste kunnen vinden, laat staan een momentum aan sich, zal ik desondanks de expliciete wensen van mijn naasten, U toch informeren over het overlijden van de romantiek. Zij stierf stilletjes alvorens haar klinische dood, in de armen van een identiteitsloze partner, die het hare voor lief nam, en tot op de dag van vandaag, helaas uiteindelijk ironisch genoeg op zijn latere leeftijd dusdanige dementie blijkt te hebben in de "wie ben ik?" fase verkerende, tot aan het punt, waar hij niet langer weet, dat hij ooit romantiek trouwde. Opdat er niemand was die om vrouwe romantiek rouwde, opdat haar man haar bezat, vergat, is zij slecht een aantal maanden geleden dood aangetroffen toen een verre overbuur dacht een pornofilm op repeat te horen, een klacht indiende bij de politie over de verre overburen, en deze achteraf na het enkel stuiten op een al ontbonden lijk, weer terugnam, opdat hij de agenten niet kon verstaan over de kreunen in zijn oor gecommuniceerd door zijn bluetooth headphones nog aangesloten op de computer van zijn tienerzoon, die kwablijkelijk drie dagen geleden van zijn toenmalige scharrel had gehoord dat zij het raar vond dat hij geen "piepke" kreeg, en dusdanig grondig onderzoek op redtube en xhamster ging uitvoeren naar wat nu precies wel een "piepke" zijn piep zou moeten stimuleren, en vervolgens al etmalen oprukkende van verbazing aan zijn zojuist ontdekte hardere hart rukte om nog zo'n uitspatting van zijn, nu zijnde, ex-scharrel, te voorkomen.


Zij die niet genoemd mag worden, de hoop, is dan ook dat u na het lezen van dit relaas, vanavond tegen uw partner besluit in bed, met een compliment, (com·pli·ment (hetomeervoud: complimenten)woord van lofiem. een compliment maken) of een anderstalige constructief geopperde bemoediging dan wel bekrachting van het mogelijk nog rudimentair aanwezige romantische reflex van uw partner. Indien uw partner hierop positief antwoord, of in geval van geluk sprekende, antwoord in de overtreffende trap, is de kans wellicht aanwezig dat er mogelijk een mogelijkheid aanwezig is om de absente romantiek weer langzaam te doen laten reïntegreren in de relatie en derhalve de maatschappij. 






Opdat de gelden voor dit onderzoek gesponsord zijn delen wij U als laatste graag het motto van onze opdrachtgever mee;


"JE BENT EEN RUND ALS JE MET GEVOELENS STUNT"

Let op! Dit was geen bericht van SIRE. 

Tuesday, March 19, 2019

Ik ook van jou, ik ook van jou.

"Aan de vreemdelingen die mij voorgingen.
Ik was eenzaam, en daarin perfect.
Het was geen lot. Het was niet onontkoombaar. Het ging gewoon, zo.
Hij was eenzaam, en daarin perfect.
Het was een naadloze aansluiting. Ogen vervuld van nostalgie, tranen die triest over de heimwee van de toekomst vandaag al missen wat zij nooit gekend hebben.
Was er maar een zamer geweest. En samen dat meer gezaamd had voor elkaar.
Ik was ieder ander.
Hij was elke man.
Maar dat was het nu net.
Hoe een vreemde als eeuwig familiair aangevoeld kan worden en het hart doet roepen uit volle borst naar de te ontmoetene die het eindelijk herkend.
Het kloppen stief wel duizend maal. Tot het malen zich verhevende tot dejavu en een leven na de dood ontstond. Het delen van een spiegel hemel in de woestijn waar ooit een tuin bloeide in volle glorie. Al het groen verging. Alle ademruimte verstikte. Alle natuurlijke groei en overwoekering van in de kamers, ging op in stof.
Aan de vreemde, die het hart, als ongemak ervaarde.
Heb jij dan nooit in zijn kamers je thuis gevonden, tot het vertrekken?
Aan de vreemde, die behoeftes als opgave in plaats van gift zag.
Heb je nooit gevoeld dan hoeveel vertrouwen en hoop er in een toenadering van wanhoop om liefde te mogen ontvangen of verlangen naar het delen van affectie besloten ligt?
Aan de vreemde, die hiervoor van mijn man hield, alsof hij een onverbeterlijke rots was. 
Zelfs rotsen, smeken de zee om zacht te zijn, opzij dat breken aan het kapot slaan van de golven, opdat zij verweren en door de erosie langzaam maar zeker zichzelf verliezen, een minuscuul stukje per keer.
Aan de vreemde, die van de relatie met mijn man hield, maar in relatie tot, minder hield van de vorm van de ziel of leven, dan de conventie.
Aan de vreemde, die altijd zal houden van, maar niet weet hoe, getuigen van zal wezen maar vergat dat een wees, nu eenmaal.
Ik was eenzaam, en daarin perfect.
Het was het lot, dacht dat ik mijn naam hoorde al vanuit een echo, toen iemand hem riep.
Hij was eenzaam, en daarin perfect.
Het was te voorkomen, maar toch nooit niet."

X

"Er hing een waas om hem heen, zacht gekleurd en soms zo vol van vrede, hier, in het Zwitserland, wordt gefluisterd, gehuiverd wanneer een glimp van zijn componeren even aan de terrasdeuren naar buiten ontsnapt.
Wanneer er enkele noten vallen, het spelen tot het hoogtepunt rijkt, de rijm waarin hij beweegt, de armen van weleer, schouders zo kordaat, er is geen man, als hij die met het leven de handen in een slaat.
Het koninklijk orkest, komt vaak over de vloer, zij dweilen aan met instrumenten die hij alle bij naam kent. De dirigent zwijgt. Speelt de platen die de toon moeten zetten voor de verademing van.
Kruipt het stilst in bed maar ligt nooit met zijn handjes boven de dekens, als de man zijn bloed overgenomen is met een jubelende fles van 12 of de lekkernij die daarbij hoort. Dan de handen, handen, oh zijn handen. Zinderig zwierend in de ronde terwijl hij zo stil mogelijk probeerd niet luid te zijn en dat toch altijd weest.
Zijn trui gaat meestal niet zo soepel meer, maar kleed graag uit wie toch al naakt en rauw in doen en laten mijn drempel over stapt.
Hij neuriet wat, zelfs in zijn slaap, zelf na de, ook tijdens, en daarvoor al, elke seconde van elke dag, de muziek, de muziek is niet om te horen, die voel je.
Zijn snurken vormt het ritme voor een in slaap vallen van alle veiligheden voorzien.
Mijn Zwitser laat de zuchten in de ochtend klinken als het galoren, hij is weer hier, met mij, speelt frivool met de plukjes haren die mijn lippen in de weg liggen om wakker gekust te worden.
De stubeten komen en gaan, dat volksmuziek al lang verloren was, opdat de muziek het, over en door en ver buiten de grenzen dwars laat lopen, zoals mijn warhoofdje, de professor nooit tweemaal dezelfde melodie kan.
Er is maar vertegenwoordiger van het volk dat de muziek altijd en immer meer in de oren doet klinken alsof zij geschreven is om het lichaam te bevrijden van de ziel, mijn man, de trouvere, is een mens van het volk.
Opdat een man van componeren, uit de tijd, toch altijd een minnezanger beoogt, een die enkel voor hem, het woord, en luiden doet."

#internationalwomansday

Zo nu en dan tijdens het poetsen van de noten, of het ontboesten, zat ze voorover met haar ellebogen op haar knieën gebukt, stiekem aan een sigaret te trekken, haar wijsheden te verkondigen.

Het leven zoals het geleefd moet, door mijn oma;


"Drink altijd wodka jusdoranje op stap dan ruikt jullie moeder en je mens niet dat je gedronken hebt."


"De liefde van een man gaat door de maag en zijn gezondheid door zijn hart, laat geen dag voorbij gaan waarop je je mens niet een extra aardappel, extra stukske vlees en een extra ik zie oe graag toeschuift."

"Er is maar een ding dat belangrijker dan poetsen is, het leven, beter ligt er een riemelke stof de kast dan dat oe mens dr op zit, beter lees je de krant en gebruikte de stem die onze God oe gegeven heeft dan dat je moet zitten en knikken wanneer de mannen spreken."

"De wereld is niet gelijk voor niemand, maar gelukkig is zij dan daarin op zijn minst, gelijk, in hoe ongelijk het hele gelijk waar hiere."

"Als je een deurmat krijgt, met oe huwelijk dan hedde ge de juiste mens getroffen, want hij zal altijd weten waarom hij krek doar zijn blok uitdoe bij de deur om thuis te kommen."

"Schrijf, zo veel zo vaak en zo frequent mogelijk als je aan pen en papier kent komen. Er is te weinig geschreven door vrouwen waar de naam van een vrouw dan toch ook verdomme schreven en gedrukt stoat. Schrijf en ge blijft. In het geheugen van de gelijknamige op zijn minstens."

"Als een man oe niet alleen laat reizen, dan godde ge toch want dat hedde met hem niet te zoeken samen op het pad van 't leven, je zoekt een getuigen en geen gevangen bewaarder."

"Poets altijd de kraan af na de afwas dan git ie wel 40 jaar mee meisje. Ge kent veel zeggen van of ene mens afhankelijk van hoe dun kraan d'r uit ziet waarmee zij zun handen inlaten."

"Geloof niet dat 'dedde ge bedankt zeit dat witte ge' een ding is da mensen echt witten. Zegt het zo vaak en zo veel als en al helemaal in 't kwadraad wanneer het dun oewe is. Woorden zijn krachtig, en dankjewel is nog duizend maal sterker dan een misplaatste betuiging van spijt achteraf."

❤️

LIEBE

"Was zo graag een kat geweest,
Een van die strikkels, een kater met een karakter.
Dat ik elke dag voor het raam zou wachten tot je auto pontificaal op de verkeerde plek parkeerde en jij je intrede maakte, weer thuis.
Me eenkennig zou laten wezen, enkel eten wanneer het door de baas zijn hand, enkel kroelen en kopjes geven aan de kuiten van.
Was zo graag een sint Bernard geweest. Groot en van excessieve lompheid voorzien. Dat mijn buik en de vacht dusdanig groeien zou, dat er drie pasgeborene op in slaap zouden kunnen vallen zonder problemen. Dat ik uren stil zou, liggende, op het ritme van de ademhaling van mijn meest geliefde. Dat een piepje en schuine kop alle troost in de wereld zou bieden aan de man eenzaam op de bank, en er geen traan zou vloeien die vervolgens niet met geglimlach van verbazing van zijn gezicht gelikt werd. Dat ik huilen zou naar de maan van bezorgdheid wanneer de voetstappen het pad naar de deur te lang niet doen klinken.
Was zo graag een goed mens geweest. Een mens dat een echt mensen mens was. Als zij al bestaan. Een die het licht in je leven liet schijnen als op een eindeloze zomerdag. Dat ik je nooit zou bezeren met een klakkeloze grap of halfhoofdige opmerking. Dat ik elk pijntje van genezing zou kunnen voorzien, ik pleisters niet langer op de grond laat vallen of doorscheur wanneer ik ze open probeer te maken. Dat ik je zou voeden tot de huid weer leeft van kleur. 
Maar ik ben enkel een mens. Een mens met alle gebreken van dien. Die niets minder dan het imperfecte wezen zijnde dienen.
Was zo graag een mens geweest dat liefde begreep, zoals liefde mij begrijpt. Maar ik ben enkel een mens dat liefheefd en begeerd zoals de drang en grilligheid van nature over haar hart regeerd, hondsbrutaal met tijden, en te vaak als een kat in het nauw springende waar alle ruimte is, een mens dat ook niet meer weet dan dat wat het hart sneller doet kloppen zonder pardon of reden en wanneer het haar tevreden in slaap doet sussen..."

"Een familie vol Kafka's."

"Hij zit in zijn stoel. Ik verwacht zo net na het middagdutje dat hij nooit doet. Hij snurkt zichzelf wakker en denkt dat de telefoon gaat. Ja. Precies zo. Springt hij nog half slapende maar overduidelijk wakker van zijn plek. Trekt de telefoon van de haak naar eigen zeggen maar pakt daadwerkelijk zijn mobieltje van onder een grote stapel kranten van afgelopen dinsdag waarna hij elke dag precies dezelfde sudoku maakt. Na wat gerommel heeft hij het kreng te pakken. Blijkt het leeg te zijn. Met een zucht zoekt hij naar dat gepiel ding dat het moet laten piepen. De oplader dus. Hij vraagt mij of ik hem kan verstaan want met die outdoor belt hij van binnenuit. Ik glimlach. Hoor zijn adem en kin zo dan en nu tegen het raam aan slaan omdat hij denkt dat zijn mobiel dan misschien nog wat bereik van buitenaf meepikt. De man heeft Vodafone. Er is altijd bereik. Maar de mate waarin mijn mens zijn best doet de connectie te houden, is zo aandoenlijk, dat ik er nooit iets van zeg. Hij begint met dat hij zich zorgen maakt. Hij zag een dacumanter op het net over dat kunstenaars een uitstervend ras zijn, of ik wel eet. Hij stelt vragen over hoeveel geld per dag, heb ik wel een accountant en of ik weet hoe de belastingdienst ons allemaal naait. Een preek van een uur doet toetreden. Ik probeer een grap te maken over condooms maar hij snapt het niet. Hoe leef je dan meisje? Hoe? Die mens had gezegd dat er geen rondkomen waar voor schrijvers. Ge schrijft. En nou dan? Of er iets is dat ik wil, of ik iets nodig heb, of hij me wat moet sturen. Of ik wel spaar, mijn man wel kan verwennen, of ik niet bespaar op dingen als zorg en cadeaus of er wel genoeg over is om zat van te worden zo lang als ik me nog jong mag noemen, of ik wel echt leef. Hij zag 'n yoeptuub over rappers of ik er geen wil worden, hij betaald mijn school wel, rappers verdienen wel als ze bigger mall, kanjer west of theepak heten. Wij lachen wat. Het gaat goed opa. Het gaat goed opa. Het gaat echt goed. Hij zucht gooit zichzelf terug in leren stoel zucht nog wat dieper. Ja, wilde gewoon weten hoe het met je gaat. Tuut. Tuut."

"Το σεξ είναι το ίδιο σε όλες τις γλώσσες"

"Ja. Ja. Ja.
En het belang van vertalen.
Het omsmeden van woorden.
Het begrijpen van kreten en gezichtsuitdrukkingen.
De zoektocht naar universaliteit in al onze verschillen.
Zij zal er niet minder om worden.
Opdat liefde van vorm wisselt.
Wetende context is immer meer veranderlijk.
Dat de wereld al nog zo klein te breed is voor één alomvattende definitie.
Er is geen hetzelfde.
Nog minder verschil.
Er is enkel wie jij bent voor mij.
Maar dan voor een ander.
Of twee.
Ja. Ja. Dat moet het zijn.
En het belang van vertalen.
Inleven in, leren van.
Toenadering zoeken en uitpluizen wie?
De zoektocht naar het wat, het waarom zal er niet minder door worden.
En toch, hoeveel talen ook vloeiend.
Er is er maar één universeler dan de mens.
De taal die ons sterfelijk zijn benadrukt door het onsterfelijke van...
Ja. Ja. Ja.. "