Wednesday, August 21, 2019

"Toe-maat-én."

"En soms wanneer het zo immens zeer doet, is het enkel groeipijn, het veranderen van vorm of kleur, het herontdekken dat er nog steeds onderdelen waarin groentje of mee onbekend, te snel en er zullen striemen, te sloom en er zullen doorligwonden, en soms wanneer het zo immens zeer doet, is het enkel groeipijn, wacht maar, tot ook zij overgaat, aan het einde was het elk pijnlijk moment gepaard, dubbel en dwars waard."

Tuesday, August 20, 2019

BBBBBBBBBBBBB-)

"Het is de dag van de kleur. Dat is hoe ik het weet. Als vanzelfsprekend zou het op geen een andere dag. En zo doet zelfs het meest eigenwijze drammerige van, mij zelfs glimlachen om de consistentie van instabiliteit.
Wij spraken vaak over half en heel. Over de compleetheid en het ontbreken van.
De kleur van Nabokov, de Q, moet misschien pretentieus en penetrerend in zijn harde stelligheid wezen en het rigozeuze wisselen van. Maar er is er geen dat hem beter staat.
En zijn kas, werd vaak bezeten door. Zoals de ogen gevuld van.
En de dagen die doordrammend als nachtmerries trappelende de blik nog nostalgischer naar een heldere opgeklaarde toekomst of een zuchtje van het verleden doen verlangen. De spijkerbroeken die ongebruikt blijven. Alles. Altijd.
Het is niet, dat een ander, hem niet zou staan, mijn hart smelt wanneer in bordoux genesteld of in zwart gezet. Enkel dat, hij, zo vanzelfsprekend, de generator van het licht schijnt, en zo de hemels blauw, immer.
Te veelzijdig om gevangen te worden in een waaier, nog breder dan het spectrum ooit, en rijker dan het woord, kleuren kan.
Zoals wanneer je een kamer binnenloopt en deze groter lijkt maar hoe dichtbij ook, altijd op veilige afstand, hoe warmer je wordt, hoe kouder de muur.
Dat elk schrijver wiens fascinatie, dan weer zijn fascinatie grijpt.
En het mijne eens te veel uitgeleend, het zijne verkleurd.
En zo, past wat niet mengt, uiteindelijk, in het hebben en houden van, blauw."

Monday, August 19, 2019

Opgeknipte stukjes van lange proza die nergens heenging in de hoop een korte zinvolle variant met minder volle zinnen te kunnen maken. (2)



De muziek snoei hard. Hij zegt al jaren dat ik doof ga worden.
Ik denk dat ik altijd al doof ben geweest.

Het is niet dat ik niet naar je luisteren wil.
Ik zit gewoon zo vol van, willen zien wat je zegt.

En ik begrijp dat het niet logisch is wanneer ik je weinig in de ogen kijk tijdens.
Het is alleen, dat je ogen zo verraderlijk, meeslepend zijn.

De eerste keer dat je een leugen vertelde zonder het te weten, zat het daarin besloten. 
De eerste keer dat je me de waarheid sprak en dacht dat het een leugen was, ook.

Je ogen liegen er nooit om.

Zij kunnen het niet. Zelfs als je het niet zelf weet, zij weten het.

Dat is misschien dan ook, waarom ik steeds vaker naar je handen kijk.
De handen zijn zo goed als altijd kalm en rustig. Op liefde gericht.

Dat is misschien dan ook, waarom ik steeds minder naar je ogen kijk.
De angst dat de blik waarmee je me aankijkt wanneer je het meent, verdwijnt.

Ooit tijdens een college psychologie vertelde de docent dat alles waar wij vanaf het eerste moment voor vielen, later in de relatie, alle irritatiepunten. 

En misschien, is dat dan ook, waarom ik het je steeds minder durf te vragen.
Omdat de grootte van het hart zo omvangrijk, plots zo anders lijkt.
Omdat de diepte van het hart en al zijn kronkels, plots een zoektocht met tochloze keren.

Het is niet dat ik niet naar je luisteren wil.

Ik wou dat ik het kon horen, dat ik niet doof was, maar blind.
Dat wat de oren registeren, moet samengevat worden, het mag in eigen woorden gezet.
Het bestaat voornamelijk uit het verhaal dat wij onszelf daarover vertellen.

Maar wat je ziet, dat je kun je niet ontzien. 

En ik denk zo, dat ik altijd beter was in het vertellen van verhalen. 
Of op zijn minst, om ze zo te kleuren, dat het lijkt, alsof de toekomst beter is.

De gelovige stopte met het preken van het lot en betekenis.
De gelovige stopte met het vertrouwen in en delen van.
En het zijn niet de woorden of het gevoel dat, maar het verlies van essentie.

Ik weet wie je bent, want ik was erbij toen je hem ontmoette.
Ik weet wie je was, want de wereld herinnerd me constant.

En ik zou zo graag weten wie je wordt, of wil zijn.
Zodat op zijn minst de ziel zich eventjes vind in mijn, schoot.

Vruchten geplukt kunnen worden die gezonder dan appels. 
Leg je hoofd, even hier om te rusten.

Ik weet, dat wij allebei vermoeid, als kinderen, nog meer in drukte storten.
Maar, zouden wij even, op het bankje in de park, naar het spelen van de wind met de bladeren kunnen kijken. Alsof tijd, gewoon gewoon, is.

Kunnen wij daar stil zitten samen, en zwijgen, 
enkel naar elkaar kijken, omdat ik je zo graag horen wil.

Het is niet dat ik doof ben. 
Meer, dat ik geleerd heb.
Dat in liefde, gebaren, de enige echte taal is.




X

"Ben 'n gelovig mens geweest, in de Grote, Echte, Heiligheid, Onze lieve Vader, God. Tot. Bidden aan God die vaders en moeders van sterven liet maar mij oversloeg, niet langer zin leek te hebben. Het gebed stopte. Geen slaap te vinden vaak ook geen Klaas, nog minder dromen en al zeker nooit uitgeslapen. Wakker worden gebeurde niet, dat bleef je.
Ben nog steeds een gelover zo oppert de man. Dat ik altijd stilletjes in hetzelf bid tijdens het sluiten van de ogen. Niet meer naar God, echter."
"Hallo, leven, ik weet niet of je luisterd, maar toch, ik wilde je graag bedanken voor vandaag. Het was geen goede dag maar ook geen slechte. Het was een dag zoals in het midden. En ik hou van het midden want dat is waar uiteindelijk al het leven en geluk zich bevinden zal. Ik wil je graag zeggen dat ik dankbaar ben voor alle geduldige in mijn leven. Met name hem. Ik kan mij niet eens voorstellen hoe, maar altijd. Ik las van de week dat je naar mate de tijd meer op elkaar gaat lijken, ik hoop dat het waar is, ik zou graag, meer als hem, mijn grootste trots willen zijn. Soms ben ik bang, het beste te verliezen, dat de manier waarop hij mij aankijkt wanneer hij binnenkom, veranderen zal. Ik denk niet dat er een zaliger gevoel op de wereld bestaat dan de ogen die erkennen dat liefde al is het niet aan te raken, vast en zeker, bestaat. Ik ben zo vaak een doos, en hij schroomd er niet om haar voorzichtig uit te vouwen en alle zwaarte uit de kelder in het dichtgeslagen verstopte, met de meeste zorg het licht in te dragen. Ik zeg het hem niet genoeg. Hoe ook het seizoen is, de dankbaarheid voor, veranderd nooit. Dat het pad nooit meer hetzelfde voor en na is. Dat donker niet meer eng. Dat thuis is een mens besloten. Dat toe en verlaat niet altijd twee woorden, maar ook samen kunnen tot toeverlaat het gevoel sterkt dat het hart niet verliet sinds hij er binnen stapte. Weet je wat het is, Leven, ik wou soms dat hij even, voor hij in slaap viel met mijn dankgebedje in gedacht zijn droom vinden zou. Dat er nooit een nacht ontbrak aan de glimlach die begint en eindigt met, ben dankbaar dat hij in het hart leeft."

Sunday, August 18, 2019

Schrijfsels die ik vond in notitieboekjes voor ik ze bij het oud papier zette en aan elkaar geplakt best wel op een gedicht lijken. (1)




Mijn Hemel help me dan toch.
Het wisselt even snel als het weer in Maart.


En excuseer me voor mijn onvermogen en onwetendheid waar dan te beginnen.
Ik was nog nooit zo eenzaam, in mijn eentje.
Het toont zich, in hoe ik je niet langer zie als hiervoor.

Ik weet dat ik een handvol ben.
Dat het altijd meer is dan een pink.
Maar ik beloof je. Dat ik de enige van mij.


En probeer mij niet te zeggen, dat er genoeg zijn die.
En probeer mij niet te vertellen, dat er iemand op je wacht.
En probeer me niet te vertellen, dat je gewild, nodig bent.
Het is niet de waarheid.


Ik weet wel, waarom je eenzaam bent.
En het is tijd dat jij het ook weet.
Niemand, houdt van je, zoals.
Niemand, wil je, zoals.

Waarom zoek je altijd naar het licht daar ver op horizon?
Ben je niet tevreden met mij dan?

Waarom zoek je altijd liefde in de wanhopige ogen?
Schonk de zekerheid in het mijne je dan niet genoeg?

Als jij nu eens jezelf van het hoge paard, het aanbeeld, ontdoet.
Oh voor eens, als wij nu eens, gelijk eerlijk spraken.

En misschien, trokken wij te vaak en te veel aan het paniek koord.
Misschien bewaarde je alles wat ik in de doos stopte en vergaf.
Een verjaardagskaart, een souvenir, ieder onder-ons-je.

En misschien, trokken wij te veel en te vaak aan het paniek koord.
Hoe meer je komt, hoe meer het traant, maar hoe je het ook went of keert.
Vasthoudende aan handen herinneren.

En misschien, waren wij te bang de noodrem enkel voor in noodgevallen te bewaren.
Zo vol van angst en twijfel omdat niets, niemand.


Zoals wij doen.
Zoals wij doen.


Misschien waren wij gewoon te overspoeld van.
Dus wat hebben wij gedaan hier?
Hoe heb je je leven geleefd, werd je dagen met een stilzwijgend hart wakker?
Kon je de slaap nog vinden in de zomerse avonden waarop het oplichten van ontbrak?
Heb je hetzelfde gedaan als ik?


Want ik, ik miste je.


Kan het zijn dat wij ernaast zaten?
Wat dachten wij dan wel niet?
Dat wij besloten dat het over was, dat het goed, dat het gedaan, voorbij was.


Mijn God, ik mis je meer, dan ik mijzelf je ooit liefhebben liet.


Wil je nog eventjes mijn beste vriend? Wil je nog eventjes mijn enige echte?
Wil je nog eventjes het bewijs dat het wel? Wil je nog eventjes mijn onvoorwaardelijke?
Ik heb iemand nodig, die van mij kan houden, zoals jij dat doet.

Mijn hemel, help ons dan toch, de gedachten, het plan, wisselt met iedere wind.
En ik, dacht niet, dat het mij zo veel zou kunnen schelen, dat vrienden toch genoeg.

Maar ik was nog nooit zo eenzaam, in mijn eentje.
En ik vind het in ieder ogenblik, dat ik je niet meer zie, zoals ik hiervoor deed.
En ik wil je, ik wil je, ik wil je, houden zoals ik mij voorhield, dat onmogelijk zou.

Wij zullen ons laag houden, schuilend langzaam en luierend bewegen in de twintig vierkante meter die het onze, de wereld, het gedeelde, de vrijheid te noemen is.

Het wordt me steeds duidelijker, hoe weinig twijfel ik überhaupt ooit had over.
En wanneer ik je hier zie, in mijn armen, het is alsof niets anders ertoe doet.
En ik zal terugvallen op alle dingen die ik zeker weet.

Wanneer ik met je ben, voelt het alsof het leven, waardevoller dan, alsof het licht nog nooit zo fel, de zon nog nooit zo warm, de huid nog nooit.

Dus wat ben je aan het doen? Wordt je wakker in je eentje?
Ben je aan het leven in het dagelijkse, doe je het ook, jezelf overtuigen dat het voor het beste was?


Maar als ik eerlijk moest, als ik eerlijk moest, dan verliet je mijn gedachte nooit.
Mijn God. heb ik je dan niet gezegd, dat ik je mis?



Kom me, kom mij redden dan van eigen idioterie.



Ik ben een atoom, in een zee van niets.
Zoekend naar een, om mee te versmelten.
Kunnen wij terug gaan naar de start van de tijd?
Heb je mijn hand nog vast?

Een blik, donkere kamer, enkel voor jou bedoeld.
Het ging zo snel, je speelt het terug, over en over.
Geen bewijs, nauwelijks, maar ik wist het zeker.
Geen bewijs, nauwelijks, een aanraking, ik wist genoeg.


Morgenstond.
Hij laat zijn vork vallen, stopt met eten en kijkt onbewogen, zegt dan "jij bent het voor mij, he?"


En ik probeerde het mijn hele leven in woorden te vertalen.
Te beschrijven, vast te leggen, te bewijzen.
Maar je hoort het verdomme, alleen, in de stilte.


De handen zette het vrij, maar de liefde, vond zijn weg terug naar mij.

Ik keek, naar de rug, hoe hij, mij verliet.
En wanneer je onbezonnen, naïef, je rent en rent zo ver als je kan van.
Maar een mens komt altijd terug, naar wat het nodig heeft.


De handen zette hem vrij, maar de man, vond zijn weg terug naar mij.






Gejat van tumblr natuurlijk...

Friday, August 16, 2019

"Porque siempre se le pregunto Como seria sin ello, no fue problema poner la perdida en el juego."♟️

"De prijs, is het hart, en zo ook, wie betalen zal, beboet, immer meer het hart.

Er was geen goddelijke interventie, geen lot of vanzelfsprekendheid.

Er was enkel en alleen de zwijzaamheid van twee eenzamen die tesamen alleen op de wereld zaten te zijn.

Voor een atheïst om zo heilig te geloven, dat het zo had moeten zijn.

Voor een gelover om zo grillig te beroepen, dat het enkel bij toeval en niet anders.

Maar het was, anders, dan al het andere dat gekent. Familiar was. Waar het voor en achter stond.

Maar het was, anders, dan al het andere. Om naast een naaste te wezen, te voelen, te leven.

Er was enkel en alleen, het ontwijken van iedere mogelijkheid om te laten doen ontstaan, en toch telkens te struikelen over en recht te vallen in de bron vanwaaruit het al watertandend op de feiten vooruitliep, nog voor zij onomstotelijk bewezen waren.

Enkel en alleen de muurtjes, vormde een schijnbare ondoortastende afstand, die tot verbazing door het onaanraakbare vanzelf zich van de stenen ontdeden en zich opbraken tot de torenhoge enkel en alleen nog een lijn waren, een lijn die zomaar een pad, een weg, een onmisbare, een verbinding tussen, kon zijn.

Het was geen voorbedachte rade, als iets, dan was het voorbedachte afraden van, uitpraten in, verwijderen van alle kanskaarten en de gevangenis in met betalend hart.

Maar hoeveel het hart de prijs ook betaalde. Hoe lang opgesloten in een luchtdichte kist of gestorven aan honger. Het was niets dan zo veel meer waard. Er was geen te ver. Want te ver weg is waar jij was en waar ik wilde gaan.

Er was enkel en alleen de ogen die het verlies van, een ander, als in zichzelf, daar, herkent.

Er was enkel en alleen de stilzwijgende liefde van twee eenzamen die naar de armen kropen alsof even veilig in de warmte schuilend voor de oorlog die woedde door het lijf dat loopt op beblaarde voeten en aan de last op de schouders dragende zelfs zonder strop ten onder gaat aan het verstikken. 
Het was een vinden voor de zoekende. En dat, is was het."

Wednesday, August 14, 2019

#QOTD

"En als wij, als wij, elkaar vonden in gedeelde smart, verliezen wij elkaar dan zonder, wanneer het geluk toelacht? Opdat liefde en lijden, zo eensgelijks, hand in hand lopen."

SLELTR4E

"En nu iedere spion langzaamaan verdwijnt van de lijst met controleur provocateurs die graag de deuren op stel en sprong dicht doen slaan in het gezicht, en nu iedere bedweter langzaamaan de tong brand aan woorden met blaren die niet langer te bedaren zijn na een net te vurige uitschieter,
En nu elke God waar je toch verdomme dag en nacht beroep op doet van de hemel gevallen lijkt te zijn en het op eigen kracht zal moeten wordt pas ontdekt hoe zwak het vlees van een mens,
Wees niet getreurd wanneer je je eigen woord proeft, slik maar, neem een pil voor elk van de ziektes alle namen die je het gaf, en slik maar, bak een koekje van eigen deeg en slok gretig alle gebakken lucht naar binnen tot het jaren verhongeren aan, niets, geslikt is.
En nu de koninginnen van niets en niemand en elkaar vinden in het onnodige land drinken op het klagen over een leven waarom gevraagd en proosten op wie, meer, minder nodig heeft.
En nu de spionnen hun mond opentrekken over wat nog altijd, en steeds, en het leven lang, als een blok aan het been hangt en er niet eens een is, maar het wel behandelde alsof 't nog minder dan een hond was. Pas dan wordt duidelijk dat een blok aan een been niets heeft, op een wrok aan de lijve gekluisterd.
Gemakkelijk moet het wezen, om beroep te kunnen doen op het zijn van een mens maar de goddelijkheid te bezitten om een ander ervan te mogen ontnemen.
En imperfect als het is, de penetrante geur van emmers kattenpis, geleegd zonder dat het, het is. Dat is nogal wat, om te rechtvaardigen als, maar gevoeren werd weinig, recht en van spraak is niet spreken, en vaardigheden daar ontbrak het bij gemak aan, elk van dien die de gemakzuchtige diend.
En nu de spionnen hun kleur bekennen, weet, dat kleuren uit de mode geraken, ontoegankelijk en afstotend zullen worden, verdwijnen op de stapel met dat wat niet past, wat niet gedragen wil worden, het is een kwestie van tijd, voor ieder eigen woord het hart nog eens doorboord, opdat er niets en niemand is, die voor niets en niemand door het leven wil gaan."

X

"Het was de filosofie van een halfnaakt meisje met trillende benen, dat al onhandig over het bed hangende de sigaret aftikte wanneer hij haar doorgaf. Hij viel ervoor. Zo simpel was het, de filosofie van twee maagden die denken te weten hoe, liefde dan werkelijk zou en moeten zijn. Het perfecte plaatje. Zachtjes fluisterend tegen instemming. Dat is het, wanneer of hoe wij het doen of verpakken, er is geen waarom, tenzij er één iemand, lezen, horen, zien en aannemen zal, wat wij in de naakte waarheid aan kwetsbare levensverwachtingen delen willen, het draait niet om het plaatje, enkel om voor wie of met wie het gebeeld wenst te worden."

Monday, August 12, 2019

Er zijn zaken die serieuzer genomen zouden moeten worden dan seks.

"Wat gebeurde er? Is niet de correcte vraag. Hoe kon het gebeuren?
Ze stellen de vragen die een leven vrijpleit het natuurlijke beloop te mogen lopen, nauwelijks.
Dat is hoe je het weet.
Nog voor het te voelen is.
Waarom overkomt het altijd mij? Is niet de correcte vraag. Hoe kon je me dit aandoen? Het giftigste.
Hoe zijn wij hier samen beland? Het antwoord op elke vraag welgesteld.
De antwoorden worden lauter buiten gegooid alsof het tassen zijn zo hup door het raam, zonder enige notie van de baggage die zojuist door de handen ontbeerlijk in hun bestaan afgewezen worden op de rechtvaardigheid die volgens menig, de waarheid in mens zou moeten bezitten.
Wat werd er serieus genomen? Wat deed er werkelijk toe? Wat werd er gezaaid maar mocht niet geoogst worden?
Alleen de waarheid die de mens wil leven serieus nemen, in alle acceptatie welkom heten, is misschien een manier, maar geen leven.
En iedere manier is een stap, in een richting. Vraag jezelf dan nu als nooit tevoren, waar wil ik naar bewegen? Wees je bewust van elke misstap en correctie die gevraagd, voordat overnieuw, de glijpartij de neus tegen de spiegel doet breken en waarheid de vertekening van een schuldbewust gezicht in de spiegel, van een leugen omdat mogenlijk, van een glimlach tijdens het spreken van slachtofferschap.
Alleen het bestaan van ontkennen en ontnemen, inbinden en bemoeilijken, veroordelen en verwensen, is misschien een manier, maar geen leven.
Leef het maar. Leef van de bittere nasmaak van een oogst die achter in de kelder afgedankt. Slik de verhongering tot het nadert daar waar over gesproken werd, niet eerlijk was. Voel het ontbreken van serieus genomen worden, en ervaar daar, dat Karma zich voorsteld in de manier waarop zij via jou andere ontmoeten mocht.
Er zijn meer manieren te breken dan mogenlijkheden te helen.
De vragen geven, nemen antwoorden in de arm en strekken de hand uit naar vingers en wezen."

Xenophobia

"En als elke vrouw een Godin weest, ver buiten het wezenlijke van aard, dan heeft een man niet eens ooit de kans genoten mens te mogen zijn, in wezen, waar het op aard of in den hemelse opoffering aan de enige echte grote hoogachtende Liefde."

I-air

"Er loopt een lijn,
Of eerder nog een vraag.
Een muur tussen gesloten vragen die graven naar open antwoorden.
Ik zie een man en meisje.
Een vrouw en een jongetje.
Zij houden elkaars handen stevig vast.
Moedigen elkaar aan met de stilte complimenten.
Fluisteren slaapliederen al vragende.
Er loopt een lijn,
Of eerder nog een weg.
Een brug tussen hier en daar, toen en nu, ooit en altijd.
Dat is waar wij twee mannen zijn onvrikbaar in onze onbewogenheid.
Dat is waar wij twee vrouwen zijn zakdoekjes laten vallende wachten tot de ander het mysterie ontvoudt tot "ja," en "mijn liefste, ik weet".
Er loopt een lijn,
Maar nooit meer een muur.
Dat is waar gevallen, voor viel."

Saturday, August 3, 2019

D-D-D-Dance

"Mijn schaduw danser vangt het laatste snufje zon van de dag op zijn wang.
Het is niet geslaagd maar als of formidabel. Het ging immer meer om het schouwspel de laatste jaren.
Wanneer de dagen dragen naar maanden van malen.
Wanneer de honing van de hemel drupt alsof bij zijn mee vallen is.
Hoe de liters lichaamsontlastende pijnsluimerende en vergeetgraage verbittering de wateren spoelen.
Hoe stoelen en bankjes de klanken van klinken compleet verschillend isoleren of copuleren.
Mijn schaduw danser vangt het laatste tufje wind op zijn wang.
Draagt het met fiere trots tot zij zo dadelijk weg kussen zal wat landde op een plek bestemd voor tederheid.
Wanneer een video zonder band is.
Wanneer een praatje zonder zin de lijn van het gesprek bevestigd.
Hoe vraagstukken gevierendeeld worden op kolen.
Hoe de schaarste enkel de overdaad en tevredenheid van daarvoor erkennen en het gemis van vervreemden het ontbreken van diep, gang in zaken verslagen doet laten blijken.
Het is leeg, maar nooit zo verzuimend als de eenzaamheid.
Dat samenhorigheid, vooral met oor naar, en voor de ander, te maken heeft.
Dat uitgesproken en opgelost niet evenredig aan elkaar.
Dat dankbaarheid na het overlijden van, een mens nooit meer bereikt.
Mijn schaduw danser langt het laatste snufje zon van de dag op de wang.
Daf licht en warmte altijd naar de ontsteker terug zal keren als onlosmakelijk verbond."

X

"Vroeger had ik een hekel aan oudjes die klagen. Tot de meest optimistische man ter wereld begon met het dagelijks bellen van de krant om te melden dat hij vandaag alweer ik herhaal, alweer een half uur te laat was. Het heeft me maanden geduurd te begrijpen hoe een krantje dat komt wanneer het komt, mijn opa langs de telefoon kan doen wachten en het gordijn al optillende kan doen zuchten tegen de bezorgerloze straat en het tikken van de klok die bevestigd dat het echt, ja echt, later dan achr uur is nu.
"Maar je oma, zij was dan altijd wat aan het lullen, ik luisterde nooit, maar het waar niet stil zo in huis witte wel. Dan vanaf zes uure zo zonder Piake, duurt het wel verdommes lang tot de krant er is, laat staan als ie ook nog te loat kumt."
Het geritsel van het papier en het gepruttel van de koffie die pas gezet wordt wanneer de krant op de mat valt, doet de man even zijn eenzaamheid vergeten.
En na een tijdje, kreeg hij suske en wiske boeken van mijn oom, en nu is mijn grootvader een stripboeken verzamelaar.
Vroeger had ik altijd een hekel aan oudjes die klagen. Over betere tijden, over vroeger, over de jeugd van tegenwoordig, tot ik begreep, dat elk mens, hoe optimistisch ook, uiteindelijk geen klager, maar 'n misser wordt, 'n mens dat mist wat het zo overduidelijk na een leven tezamen aan ontbreekt.
Mijn grootvader is de meest optimische klager die ik ken, hij denkt dat zijn belletjes nut hebben, en dat de zorgverzekeraar dokters die extra medicijnen preventief voorschrijven zonder enige aanleiding daadwerkelijk een berisping gaan geven, hij denkt dat de bakkers die hij advies geeft de broden werkelijk langzamer door de snijmachines zullen laten, dat de bezorger vandaag of morgen, vanzelf weer precies optijd om 7:58 de krant door de bus zal doen en op de mat laat vallen, mijn grootvader gelooft er heilig in dat mijn Oma hem hoort wanneer hij tegen de computer mekkerd dat hij alweer gaat verliezen "blaas een beetje geluk uit de hemel Piake", en mijn optimist, wint elke dag met een grote lach, dat doet je oma, dat doet je oma."

X


"En wanneer de Goden langskwamen om mij uit de boom te gooien. Hield ik even strak vast aan zijn takken als ik jouw in mijn armen nam, om nooit meer te laten gaan.
En ik, ik, ik bouwde een huis, voor verloren zielen zoals jij en ik, ik, bouwde een thuis om in te leven en te sterven, zoals een mens, een mens, doet.
Ik liep langs het pad dat loopt langs de rivier die gebukt gaat onder het bewind van de zon en al kruipende haar laatste bloed zweet en tranen in een pondertje laat varen daar waar de perenboom.
Ik liep naar boom, die verjaard op de dag dat hij, dat hij, hij er zou zijn, welkom, en ik pluk de vruchten en leg ze in mijn schoot. Ik wachtte honderden jaren, miljoenen meer. Daarboven in de boom, neem ik soms stiekem een grote gulzige hap en laat het sap langs mijn wangen en kin afdruppelen.
Ik liet mij vallen uit de boom, en teleurstellend als de grond is, leefde ik nog, was zij een zachte voedingsbodem voor de peer die het verdriet in traanvormige vruchten aan de grond doet vallen.
Het spijt mij toch, en als het schuld is laat de blaam de mijne, en als het tijd is, dat de stilte dan mijn dagen mag dwingen te stoppen en het leven, met hem door hem heen lopen mag, zoals ik naar hem liep, vol optimistische zenuwen van gelukzaligheid.
En toen de Goden mij verboden, opdat mijn geweten altijd onthouden zal, vroeg ik hen om een wens in ruil, het sloeg donder en bliksem dat niet ooit iemand het lef had, "laat er een zachte warmte achter die mij in slaap sust iedere nacht, ik smeek het je,"
En ik, ik, ik kocht een dekbed verkleeddende als hemelsblauwe lucht met mijn laatste cent, en misschien, misschien komt hij ooit gekropen, misschien is een buik vol van gemis een zorgenkindje van het hart, misschien groeit er een deze dagen een peertje met gezicht of een die licht geeft.
En ik, bouwde een huis, met een perenboom, liet mijzelf al vallen met strop, hij ving mij op nog voor er een touw aan vast te knopen was, raapte de oogst van de grond droeg mij over de rug, en hij, hij, hij bouwde een kamer, voor alle verloren zielen naar gelang de weg, en ik, ik sloot hem in mijn hart."

O

Karma is een les. De vraag is of je luisterd.

Een mens oogst wat het zaait, wat zaaide je? Een mens oogst wat het erin stopte, wat gaf je het? Een mens oogst van de bodem waarmee het voedde, waar voedde je het mee? Een mens oogst wat het ruimte gaf om in bloei op te gaan, waaraan gaf je de ruimte om te groeien? Een mens oogst wat het zaait, wat zaaide je?

Karma is een les. De vraag is of je luisterd.

"Twee Kafka's in het park - 102"

"Half twaalf, twee cappuccino's de suiker wordt evenredig naar zoetekouw verdeeld.
Zij wandelen tochtloze keren in het parkje al kwebbelende over de kalenderblaadjes die passeerde of nog hangende wezen.
"Eentje, voor mij, eentje van ons twee, met die glimlach, toe..."
Ik was nooit fotogeniek.
Sta er liever achter dan op. Vereiste uren training als kleuter om alsnog als stokstaartje met om gekrulde mondhoeken al dalende op het gezicht mijzelf als lachend op de schoolfoto proberen te verkopen.
Ik was nooit fotogeniek
"Denk maar aan iets waar je van houdt met je ogen dicht tot het lijkt alsof het voor je staat."
"Zelfs met ogen open, staat het naast mij."
"Jij zoeterd."
"Je houdt ervan stiekem."
"Jij maakt mij helemaal gek."
"Je was al vol van waanzin, ik ben niet de gek die kiest met mij te wezen, ik zit simpelweg aan mijzelf vast..."
"Och, jij."
Hij schud zijn hoofd al lachende naar de grond.
"Ik weet."
"Ik weet dat jij weet."
"Ik weet dat jij weet dat ik weet."
"Wij moeten hiermee ophouden."
"Ja, absoluut."
"Zeker."
"Ik weet."
*twee lachebekkies slenteren het parkje door*
"Hé weet je wat...?"
En zij lopen eindeloos door, en zij zijn nooit uitgepraat, en zij glimlachen elkaar tegenmoed, in elk voor- en tegenspoed, begroeten elkaar alsof het twee oude vrienden op de eerste dag van kleuterschool wezen.
En zij kabbelen eindeloos door, freudiaanse grappen, de roddel van de dag, wie wat waar wanneer hoe, de kleffe handjes doen er niet toe.
Misschien dat, dat, het hem dan is, wanneer een mens het pad loopt op de maat van de mars van het leven, in goed gezelschap, voelt zij simpelweg als een zomerdag wandeling, ongeacht het weer.
"He, moet je horen, ik had een plan he..."
En zij kuieren eindeloos door, en zij zijn nooit uitgepraat, en zij lachen elkaar tegemoet, de mensen met wie wij haar delen, het enige dat er toe doet."

X

"Het is niet eens de dag. Het verhaal. De triestheid. Het verdriet.
Het is niet eens de nacht. Het geloof. De vragen. Het piekeren.
Het is het leven. Dat herinnerd wordt. Zoals het was. Toen het kind al gepijnigd naar de lieveminnenkozende ogen zocht die leegte zagen.
Het is het leven. Dat herinnerd wordt. Zoals het zou moeten. Toen de jongeman al optimistisch de trend in de stappen naar een betere wereld al dansende volgende op het ritme van een vastberaden hart.
Het is niet eens het leven. Het narratief. De eenzaamheid. Het wegen van kalenderjaren op een badkamer al tranenslikkende.
Het is niet eens het leven. Het doorgegevene. De rots. Het breken van het water op de eeuwenoude plek.
Het is het hart. Het verlangen. De hoop. Het geloof. Dat anders, ook gewoon, had gekunt.
Dat anders, ook gewoon, had gekunt. Al is het niet anders, dan een eindeloze reeks scheurbladeren, een verzameling van dagen raad, wijsheden, die tevergeefs, het aantal gemiste kansen, dag in, dag uit, in een boekwerk vol gemis, dat de realiteit, de pijnlijkheid, een dissonantie van tussen droom en hoop, een man met zijn hoofd tegen het verloop.
Het is het hart. Het benodigde. De drang. Het geloof. Dat meer, dat ergens, dat ooit, dat op een dag, dat hoop, dat vinden.
Dat anders, ook gewoon, had gekunt, als willen, ook gewoon, was geweest. In de deling van.
De dag. De nacht. Het leven. Het hart. Het verlangen om.
Dat anders, ook gewoon, had gekunt."