Sunday, September 6, 2020

Ga naar buiten en zoek een bruid. 
Vind er een scharlaken van bloed maar rein in ziel. 
Leg aan de ketting en beloof vrij te laten.
In liefde is met verloop van tijd, alles goed te praten. 
Houdt notitieboekjes, met bulletpoints van elk van haar falen. 
Gooi het ter tafel wanneer zij vragen, zal. 
Schiet elk punt als losse flodder richting hart. 
Gewonden dieren, blijven op hun plek. 

Ga naar buiten en zoek een bruid. 
Sluier haar tot week en teer wezen. 
Bezwanger haar meedermaals zodat haar loopsheid grof moet. 
Sleep voor de rechter en beschuldig van veranderlijkheid. 
Tap buisjes en roteer watten in nattigheid. 
Hoe meer er mis kan zijn met, hoe waarschijnlijker dat zij geloofd. 
Aangeleverd aangeleerd aan leven.

Ga naar buiten en zoek een bruid. 
Laat haast zitten en spreek van de buit. 
Doe deuren op slot en hang glasgordijnen. 
Velours er overheen voor tijdens de kou of wanneer schaamte. 
Verstop voor de wereld tot zij vanzelf tussen muren besloten. 
Roof de jeugd tot rek eruit en gaan of ver trekken niet langer in capaciteiten. 
Breek haar hoofd over de feiten. 
Begraaf in goede bedoelingen. 
Laat sterven aan honger naar connectie. 
Wikkel haar in Primark confectie. 

Ga naar buiten en zoek een bruid. 
Tem haar om te passen bij de wensen. 
Neem een vinger of twaalf. 
Koop de ring te strak zodat je haar kunt herinneren. 
Vanaf het begin knelde, wrijving al. 

Sunday, August 2, 2020

Broeken-vrouwen

"Wie de eerste schrijver was, waar ik tegen op keek? Mijn grootmoeder.

Wie de eerste spreker die mij intimideerde of inspireren kon? Mijn grootvader.

Jaren dezelfde setlist op zondag middag;
Diensttijd, brief aan de koningin, de bakkerij van het volk,
Een korte koffie pauze,
Opgevolgd door het signature piece, de shotgun scene op de kermis, de aanval op de politieagent, de kermis die een spijbeldebakel opleverde, de bom waar mijn opa net aan ontsnapte maar die de vingers van mijn grootmoeders broer tot zich nam.

Week in week uit,
Jaar in jaar uit,
Ik kan ze mee spreken,
Ik kan ze dromen terwijl ik wakker ben,
Eindeloos reproduceren,
Elke zucht, komma en punt.

Mijn opa is een echte verhalen verteller. Een familie stam hoofd. Een prediker. Een sfeermaker. Een stille man die veel zegt. Een entertainer. Een grapjas. De beste bullshit verkoper die er is. De man die slechts een keer echt in het openbaar sprak. Op de begrafenis van mijn oma. Geen try out, geen repetitie, geen een oefeningsrondje van zijn gedicht.

Dat is het. Als het moet, dan kan men alles. Want liefde. Doet dat, met 'n mens.

Toen mijn oma dacht ze vertrok naar het hiernamaals (eerste keer, zeker wel tien jaar voor haar tijd), riep ze mij met haast naar boven te snellen om de brief aan de koningin te vatten. Haar grote trots. "Het antwoord ook, durske, het antwoord ook."

Om wilde mijn maar twee dingen nalaten, haar correspondentie met de hofdames en Juliana haarzelf, want, met haar vinger in de lucht wijzende en vuist op tafel slaande, een vrouw kan verdomme nog geschiedenis aan de keukentafel schrijven, zo lang je beleefd bent kun je alles vragen aan iedereen, met alstublieft en wat ik wil van u, kom je verdomme al een heel eind, zelfs tot aan een pardon van de kroon aan toe.

Mijn oma was van ongekend formaat, hoe tenger dan ook.

Haar grootste nalatenschap, zijn de verhalen. Het te raden gaan bij de stem die fluisterd vanuit het hart "oma zou zeggen..."

Ze verwachten vaak een schrijver die meesterlijk geniaal maar nooit doorgebroken is, hoewel zij denken dat mijn antwoord alles behalve is, krijgen zij precies, de naam die telt."

Baby baby baby


"En het hart snauwt hem toe, noem me geen baby, wanneer jij de enige bent die weet hoe groot een mens wezen moet om nog volwassener te blijven dan alle zogenaamde volwassenen die ouder en wijzen zouden moeten.
Alle onzichtbare lijntjes voorspellen dat de demonen alle kronen van de prinsen en prinsessen ontnemen zullen, dat is wat wij onze kinderen aandoen wanneer wij het mens zijn verkiezen over het regeren van het rijk.
En al die tijd trokken de onzichtbare lijntjes als fluisteringen door de gedachten al bepleitend, dat je altijd stoppen kunt, maar nog niet nu, ik mis je, ik heb je nodig, het hart wil wat het hart wil.
Tot zij zich bedenkt.
En de snaren die vroeger het hart bespelen, knappen een voor een, nu.
Het thuisfront is verloren de veilige haven geeft geen energie meer, dynamo ontbreekt en zo het licht der onstaan ook, er is niets te vinden meer hier, zelf niet meer het gezoem van de opwinding in de oren.
Er leeft enkel nog de geest van een waanzinnig mijmerende vrouw. Maar niemand kiest, niemand kiest om haar te trouwen, de hand vast te houden of haar hart te vertrouwen.
Ze worden zo gemaakt. Met een onschuldige knip per keer. Meer. Meer. Meer. Verliezen. Vaker. Vaker. Vaker. Verkiezen.
En je brak de rug tot het merg al druppende over de graat het verraad toont van een gezonken schip dat op de bodem nog altijd verlangd naar haar kapitein, oh kapitein, mijn onzichtbare meester.
Laat je parfum op het rekje, ook al kocht hij die voor je. Haal het rood van je lippen, bind je haren stevig vast. Niemand waarschuwde je vooraf, over hoe zwaar, onzichtbaarheid te dragen is. Doe je dienst, en verder, besta niet. Ik smeek je, verdwijn in de lucht, spoorloos.
En je verwijt hem dat de gordijnen dichtgeslagen worden, dat er palen zijn waarachter de adem ingehouden, dat er enkel in auto's afgesproken, de duivel zit in de details, en zij zijn met zovelen.
Eer moet je laten varen. Alles vertrekt. Vergaan is het enige dat blijven zal."

Brevettig

"Ik was zo high. Vrij van kooien en aanklooien. Zweer het op je hart, er is niets behalve ziel en zaligheid. Zie je de seks in de lucht hangen, kun je haar zoetigheid proeven op de lippen nog voordat het stuifmeel raakt? Ik smeek je, zie het voor je, weet je nog? Hoe wij samen zonder oponthoud verstrengeld in natuur en dierlijkheid verenigden met oeroude instincten. Voordat wij conventie kende als vriend en cultuur belerend of in bruikleen bleek.
Toen wij nog doldraaiende in de lichtzinnige opgegeilde breinen gedachtes over vrije liefde breiden zonder haken en ogen. Ik dacht dat ik je had, tot augustus langzaam leegliep en losgeslagen of bandig een naampje kreeg van stempel en oordeel.
En ik weet nog hoe stroploos de hunkering van verwikkeld in dekbedden die nog onopgemaakt voor de daad.
Dronken op het geluk dat hoop doet schilderen voor de ogen met het idee dat, ooit.
Zet de auto langs de weg, neem elke minuut voor tongstrelende bevestiging van hoe bevredigend bedoelingen die zonder bijlage of algemene voorwaardes. Ik naam niet eens een slok van de whiskey. Dit was intoxicating genoeg. Het gevoel dat je een eindeloos open boek. Alsof er een film aan de ogen voltrekt. Goede eindes in de doeken. Zoemende projectors, handen die braille lezen alsof moedervlekken het verhaal van oorsprong.
Zorg dat je altijd zwevende. In de zevende. Met vuurrode wangen op kantoor. Laat de schaam eveneens gekleurd en opgezwollen van overmacht. Er bestaat geen on in verliefdheid.
Geef je over, nog een hijsje delen, neem het uit de vingers, adem ontspanning met volle teugen en blaas opluchting uit.
Drijf op 2.10 dekbedovertekkende tellende meters van wereld naar wonderland.
Doe je ogen dicht tot de tonen rood elkaar vermengen en oplichten tot sterren barstende, voel je de eruptie, vol aan, vulkaan, uitbarsting, ontkrachting van uitstel.
Stel, je voor, elke trilling tot kleur gedicht, elk woord tot de macht twee, geen heimwee meer, enkel nog hunkering gestilt en dorst lessende dromen in de dronk vervlogen dagen die dragen tot later.
Ontwaak in verloren zijn.
Ontwapen tot onderdanig aan.
Vertrouw erop dat er met het hart gespeeld moet worden."

GVD

"Ik hef de handen naar de hemel en jank het hem toe,
'Geef me verdomme een teken dan jij klootviool..'
Zo zucht ik dan de hel uit de longen met ongenoegen,
Alweer antwoord hij niet.
Alweer is het stil.
Bestond hij überhaupt waarom zou hij het me aandoen, nog steeds.
Soms pieker ik, in de vijver van tranen op mijn kussen probeer ik mij te verdrinken, maar ze is te absorberend, elke snik versnipperd in uitstekend opgezogen verdeeldheid van redenen.
Zo wens ik dan op het hart, voor een fonkeling van opluchting in de lucht, een botte boodschap in de bewolking of een fluister in de wind die tijdens het regenen het waarom van de nattigheid voelen uitleggen kan aan me.
Het hart slaat te vaak over.
Vergeet wie haar de baas is.
Zo loop ik hoofd hobbelendet haast achter de snaren van het serendipitieuze slagsonerende sukkeltje aan.
We wennen er aan, dat niets en niemand antwoorden behalve stilte.
Zo worden wij een voor een zwijgers.
Alleen de jongelingen zijn nog hoopvol, enkel de naïevelingen zullen nog warm onthalend welkom hetend aan de deur.
Soms gooi ik een tomaat de nacht in van frustratie.
Hoor ik fietsers vallen op straat en scheldend als de dood hun hebben en houden bij elkaar rapen.
Dan denk ik, als dit het was God, een stel schuttingwoordsnauwende sjonnies die je spreekbuis wezen, dan is het geen wonder, dan stilte soms, nog beter dan antwoord, past.
Bitterzoet als een salade zonder, nemen wij de dag dan al kiezen kietelende op het laveloze blad."

Hoaxing it


"Spijkerjasje slijt van spijt na gelang het aantal jaren dat zij trouw draagt.
Ik zag niet alle scherven op de bodem van, toen wij sprongen.
Probeer je al jaren te beschermen. Misschien is dat wel het grootste kwaad dat je ooit is aangedaan.
Was zo bang je te verliezen dat het de keuze om een ander over mij te verkiezen des te makkelijker maakte.

Maar, op zijn minst, deed ik mijn best toch.
Ik wil dat je weet, dat dit mijn poging is, uitgestrekte hand, witte vlaggen wapperende en al, alles vergeten en vergeven.

Soms hoor ik de vingers tikken op het scherm en voel ik het al. De zwarte vlakte is zo dor en droog, eindeloos.
Verborgen zorgen morgen pas mededelen wat vandaag genotificeerd oplichten zou.
Zo begint het.
Stiekem want het is niets. Tot het wel, meer dan, niets.

Maar, op zijn minst, deed ik mijn best toch.
Ik wil dat je weet, dat dit mijn poging is, hoogste hakken en paarse strings die de heupen omlijnen met touwen en al, alles wat ooit de arrogantie van onze hoop en verbinding karakteriseerde.

Zo zonderen de dagen zich steeds slomer en zien wij elkaar steeds minder, steeds langer.
Alsjeblieft, volg mij, de nacht in, liefste.
Ik zal niet meer bang zijn, spring in het veld en vlieg zonder brevet.
Ook al kan ik me je hart niet langer herinneren zoals zij hoorde en voelde, de zomer duurt te lang, parkbankjes te velen, roepen mij dagelijks, dat er hier nog een marker permanent is gekleurd.
Geen klefheid beplakt zoals in het steegje achter de Emmasingel.

Maar op zijn minst, deed ik mijn best toch.
Ik wil dat je weet, dat dit mijn poging is, dekbedden vertrouwende en gesprekken hunkerende over banken gedrapeerd met een twaalf jaar tellend glas.

Ik dacht gisteren eventjes, opslag, dat het hart, een korte plagerige glimlach zag, zoals toen wij nog veranderde voor het beteren, nog konden overleven op de lust naar liefde en de hoop van harte oprechtheid als belangrijkste ingrediënt.

Verdomme, stop de auto toch langs het voetpad gebied mij om in te stappen en rij plankgas, naar ooit, toen het beter was dan dromen."

Is het genoeg als er nooit vrede komt?

"Zoete zoutelanden zoenen de kustlijnen van dijbenen en heupomlijningen.
Ongeacht het weer, altijd mijn zomerliefde.
Augustus, 12 maanden per jaar, rood op het balkon, blote voeten en mesh kriebelend langs de blote billen.
Er waren geen plannen want alles werd geannuleerd zodra er tien minuten te winnen, het zint me.
Hij strijkt de vingers over de schaam, streek.
Openbare speelruimtes voor volwassenen met een kinderlijke zoektocht naar een antwoord op het vraag "maar wie ben ik dan?"
En hier sta ik in de deuropening, ik weet dat mijn woorden schieten om te doden zodra zij aan mij ontsnappen, de wijsvingers zo stijf van het eindeloze alert en klaar zijn om de trekker over te halen.
Ik smeek je vertrek uit het novemberistische met me, geen dubbele enkelingen of geillusioneerde verantwoordingen meer.
Mag ik je in rood zien? Met geurtje op en pluisjes loze hiaten, al met het gordijn op half elf naar buiten tuurend appende "ben je al geland?"
Vroeger telde je als een kind de seconden af. Wachtte ik soms net achter het hoekje, genietende, van hoe ongedurig de blik over straat verdwaalende naar een schimmering van 20 denier met half afgebakende nagellak.
Kun je nog ommekeren naar prominente park picknicks in Phillips doolhoven en cappuccino snorren sonnerende schaterlachjes tijdens ratelgrage rondjes in achten?
Er is niets zoals de tijd nemen, om de vrouw die te ver ging aan de paardenstaart terug te trekken en op haar plaats te zetten, maar je probeerd niet eens meer.
Ik wil nooit het beste meisje uit de klas, maar wel de brutaalste van braverikken.
Als het curriculum onder mijn bewind staat dan zal de curatele de cursus omvormen tot consensus.
Hoe groot de duivel des details dan ook, verdomme, je hebt een kameraad in mij.
"Wil je nog een keer buitenspelen? Toe, zet het gekke hoedje op het hoofd en noem me Alice."

Monday, July 20, 2020

X

"Niets is zo ijdel als hoop.
Vroeger, zou hij het optimisme noemen.
Nu, zelfingenomen.
Het taaltje is verloren.
De definities veranderen.
Het woordenboek is uit het raam.
Het binnenste van, ons.
Van buitenaf bekeken.
Bejegend alsof vreemde.
Wacht, wisseling, wachtwisseling.
Vervang hoop met heuvel, berg of hobbel.
Doop jezelf tot Mohammed.
Niet is zo ijdel als hoop.
Behalve hij die de spiegel verwijt niet genoeg reflectie vermogen te hebben.
Wat je ziet..."

x


"Vrienden,
Zij kennen de gekscherende honger en dorst die ongestilt bezit neemt van.
Overgave.
Ter overname.
Noem het beestje bij haar naam.
"Monster"
Zo zie je.
De diepte, de duisternis.
Er is niets zo verslavend als het verlangen naar.
Wij zitten in de taxi. Hemelse haven van anonimiteit.
Ik weet dat het loont een vrouw te zijn.
Nattigheid op de achterbank.
Nog nooit een klacht.
Slechts zuchtjes en smakjes.
"Waarheen?" vraagt hij
"Naar meer, meneer." zegt de Grijze.
Zo vertrekken wij zonder eind, naar bestemmingsloze oorden, die fantasie of dromen.
Lust zet de komma of stelt de vraag, waar reden er een punt achter had moeten zetten.
Zo slenteren alle Kafka's vanzelfsprekend in het eigenste gezelschap voort.
Zij kunnen ook niet anders.
Dan altijd oorsuizend en hartgonzend reikhalzend al naar het volgende, nog net op hun tenen lopende, de vinger uitstrekken.
Naar de ander.
Ver.
Vreemd.
Vondeling.
De Zwijger ligt in mijn bed.
Zo vloeiend als hij het spreekt, zo hakkelend de woorden.
"Dit is het."
"Ahmma"
Wie nooit honger heeft gekend, zal zich niet storen aan de stilzwijgende leegte, tot geproefd is van.
Wie zijn dorst lest met water, zal nimmer meer, of dronken zijn van de zoetsappigheid die waarheid met gulzige slokken innemend tot spraakwater van de binnenvetters doopt.
Vertrouw.
Confidantschap.
Hap. Slik. Weg.
Hij struikeld door het leven.
Als een eindeloos vallend man.
Jezelf vinden in ver, vreemden.
Vondeling.
Volgeling.
Bundeling van blindelings.
Nauwelijks ontmoette hij mij.
Meestal hemzelf.
Toch hang in graag in de lucht.
De geur. De gedachte. Aan de lip.
Dat het altijd aan mijn voeten kan.
Breek, punt.
Schaak, mat.
Vraag, stuk.
Thuis, komst.
Hou, vast.
Land, zacht.
Ver, bond.
"Waar is meer, meneer?" spiegelreflex.
"Verder vandaan van minder."
Meer weten wij ook nog niet.
Van, daag
Van, daar."

X

"De ademruimte was zo benauwend klein dat zelfs een vleugje hoop te minuscuul om te ruiken.
Alsof je een nat shirt in een plastic tasje laat zitten weken aan een stuk, verbaasd dat zij verstikt.
Je weet pas dat het zo niet werkt, wanneer je er eentje verloren hebt aan het gebrek van tijdig handelen.
Dan, start de interne klok die wij intuïtie noemen met tikken, niet slechts voor onszelf, maar ook voor de ander.
Bij gebrek aan beter, eten wij de restjes die over zijn.
Er is niets zo eerlijk over de relatie als een koelkast bestuderen of het eetpatroon laten noteren.
Met restjes kun je eindeloos creatief zijn, er kan nog heel wat van gemaakt worden, maar een uitgebalanceerde maaltijd die aansluit bij wat nodig is op het moment, zit er meestal niet tussen.
Je kunt het shirt tien keer wassen tot zij weer geurt zoals normaal en wederom prima aansluit, maar de vlekjes, het restant van de verstikking, zal nooit meer weg te boenen of schoon te maken zijn.
Soms, vergeet je, na een storm of omkantelen, om de vuile was buiten te hangen zodat het kan drogen aan het licht, of vergeet je van drukte en hectiek om voedzaam aan te vullen waar honger en dorst leven als onze bondgenoten in balans.
Dan is het tijd, om te proeven en voelen, wat er met een ziel gebeurd die ondervoed of in ademnood.
Sondes en smeekbeden eensgelijks, steun en tanks als vanzelfsprekendheid.
De liefdes dokter neemt een kijk.
'Het is weer zo'n gevalletje van twee mollen bij elkaar. Wie blind staart op de gronden, en bang voor de felheid van het licht bij bovenkomst, zullen lijnrecht tegenover, ziekelijk zoekende zijn.'"

Monday, July 6, 2020

"Cryptisch puzzel woordenboek voor partner van Kafka."

1. "Zoals ik het zeg."
Betekenis: lees letterlijk wat er staat en vergeet je aannames. Neem aan dat het enige aannemelijke is, dat het bericht, letterlijk een op een aan te nemen is voor wat het zegt.

2. "Noted."
Betekenis: Ik wil je leren kennen en ik zie je eigenzinnigheden en bijzonderheden als essentieel onderdeel van hoe je beweegt en wat je drijft, ik zet het in de handleiding van hoe en waar je te ontmoeten voor nog meer diepteonderzoek in de ziel.

3."Ik snap dat het voor jouw zo is, maar niet voor mij."
Betekenis: je aannames en zwaartes zijn je eigendommen. Wat van jouw is, is niet van mij. Bezit wat je wil. Dat doe ik ook. En ik doe niet aan tweedehandse aannames of overdracht van oud fundament. Hou wat je hebt bij jezelf. Maar geef me de ruimte om op eigen gronden te staan, vrij van de vergankelijkheid van voorgangers die al vertekend hebben en genomen hebben.

4. "Kom maar halen."
Betkenis: Ja ik wil je zien. Nee ik ga niet mee. Ja kom hier. Nee ik ga niet daar. Ja ik wil de ogen. Kom zien met mij waar we zijn. Nee ik ben niet zeker. Ja ik ben verward. Nee ik beschuldig je niet. Ja ik ben aangedaan. Nee ik weet ook niet wat ik daarmee wil. Ja ik denk dat ogen de oplossing zijn want zij spreken altijd duizend maal duidelijker dan de schermpjes die leesbaar maar koud.

5. "Als jij het zegt."
Betekenis: dat ga ik zo nog opzoeken. Ik geloof je niet. Zeker is dit bullshit. Jammer dat ik er niet op terug kan komen als ik wel gelijk heb. Ja vast heb je een punt. Nee ik denk niet dat je gelijk hebt. Ja we kunnen het erover eens zijn dat we het oneens zijn maar alleen als je mijn trots en ego in de poging te doen alsof ik eroverheen kan stappen niet laat struikelen over het onvoorkomelijke feit dat ik helemaal niet de type grotere mens ben dat benen heeft die lang genoeg zijn om ook maar over een mier heen te stappen.

6. "Wat denk je zelf?"
Betekenis: zeg me dat je op zijn minst weet waarom je voelt alsof er iets niet goed ging want anders kunnen we nog een heel eind zoeken zo ter hoogte van je reflectie vermogen. Of waar deze voor het laatst vernomen is.

Bloom mountains

"Het was verblindend te denken dat de zekerheid van een ander, alle twijfel weg kan nemen en als een roesje vol van vertrouwen het lichaam kan doen ontspannen.

Soms deed hij mij aan het teruguit tellen denken.
Vooraf vertellen ze je om te denken aan fijne dingen, alleen dan krijg je warme welkome dromen.

Het is vast mijn schuld, dat ik bleef hangen op een gedachte mist aan al het gemis.
Nu leef ik daar.
Tussen slaap en waak. In het roesje dat bestaan heet.

Al die tijd teisterd het hart, zoals de wrijving van een steentje tussen voet en zool, waanzinnig maken kan.

Er leeft een niemand in het land van lichaam. Hij bestaat niet, zonder mij, en evenmin.
Hij is zo weergaloos als onschuldig gewikkeld in het boetekleed dat van vader op zoon en zo voorts.

Hing het geloof heilig aan dat ziel alomvattender dan hart weest. Nu pas, begrijp ik, waarom de wetenschap haar bewustzijn noemt.

Zo dunt de kalender blad bij blad afvallende alsof de herfst altijd in huis is. Herinnerd aan de geur van rotte bladeren en de wormen die alles wat het levenloze toebehoord een wederopstand schenkt.

Soms stel ik me voor dat wilde bloemen ontstaan bij de gunst van je vruchtbaarheid.
Dat het stoffige dat verdwijnt in de cementmolen en de bruggen naar over en weer verharden in eeuwigheid een dankzegging is, die je naam jubbelt met iedere klinker.

Dan laat ik een diepe zucht en vergis mijzelf nog eenmaal meer.

Besluit ik dat het beter is blind te wezen, zoals een mol, altijd de weg naar het bovenaardse weer vind.

Dan weet ik, het zeker. Natuurlijk. Absoluut."