Monday, July 18, 2022

De Ronde Kamer.

"Op gesmeekte en geleende tijd leef ik lief en leed met, zonder,
En al was de muur nog zo van steen, klimop, klimt overal overheen, 

Zie je het vuur, zie je de wolken van God wat een hel moet het daar wezen? Wat zou er toch

Het is een oorlog, die met het rollen van 'n enkel oog, dat voorheen, gericht op, 

De tent van parasols en luifels, daar lijkt het even, wanneer genoeg kopjes duistere thee, 

Alsof, alsof de wortels van het droomland nog altijd, vertakken tot, vertaling,

Daag me uit, te rennen dan, als niet anders, als niets anders dan het op een lopen zetten meer kan,

Het gruwelijk delict van delicatessen die bij het grof vuil, tussen verloren en simpelweg niet op waarde,

Geschat, wordt dat de woordenlijst der Nederlandse elke maand daalt, omdat het niemand nog, 

En dus, al scheelt het je geen ruk, ik blijf me maar afvragen, hoe kun je in een atheïstisch oord, zo geloven dat vertrekken erger zou, dan verblijven waar,

Geloof moet en verwacht, neem in gedachten dat, mijn iedere druppel precies in de hand, al is die verkrampt,

Ga je het huis dat nooit gebouwd is opbranden zoals, de man die nooit gesproken heeft omdat hij zich te comfortabel voelde bij Zwijger wezen? 

Je bedekt me, alsof de huid al jaren geen factor meer nodig heeft, zij is toch al, kan niet te dicht bij de zon,

Beschut, in de armen, vraagt schipper, mag ik aanmeren?

Mag ik, mag ik, mag ik, mag ik, mag ik, mag ik, mag ik, mag ik,

Laat je me,
Of laat je me?

Deel ik blikken van stilte, met een alom bedenkelijke oude vriend, wie hemzelf pas nu, durft te schrijven, dat schaamte wél een woord, en de dikke van Dale,

Dat inderdaad,

En het had liefde kunnen zijn,
Maar er moest en zal,
Voor betaald,

Geloof me,

De prijs van liefde,
Is te duur, wanneer beloofd aan,

Wilde je anderen de schuld geven, dan zou het je goed recht zijn, zoals al je voorbehouden, zie de stenen, alweer,

Klim op, klim, op, op, operdepop, over-heen,

Tot,"

Sunday, February 27, 2022

"Stpthstrn."


"En eens in de zoveel tijd, wanneer alles licht is, dan is het zo goed en zoet, en je mist absoluut niets, tot je overnieuw,


Stukje bij beetje, verzamelen we de kapotgeslagen overheengestapte verankerde stukjes,


Ik verdiende mijn naam op de fortuinlijke loonstrook, en nu, zou je opzich, sta je hier met al je redelijkheid en realisme,


Maar, waar, was je toen de stroken vingers behoefte, toen de verloning uit vijf keer meer lezen en beblaarde vingers bestond?


En als je denkt, dat niemand iets om je geeft, weet dan, dat je door je moeder gemist wordt,


Er gebeden wordt dat je niet te dicht tegen de zon zal gaan vliegen, dat de ogen mogen blijven innemen, dat het de tong niet stillen zal, dat de keel geen kikker kennen mag,


Gordijnen worden gedeeltelijk gesloten, half gestoffeerd, de lantaarnpaal schijnt dwars door het spleetje, de nachten zijn alsnog gebroken, of je nu wel niet, hier,


Ik zoek houvast, maar zie enkel kuiten over rekstokken gieren, wandelwagens waar op gehangen wordt om fiep, en extra stevige zitjes voor veiligheid, een dubbele dop,


Eens in de zoveel tijd, dan komt hij op de schoot in slaap vallen, met het neusje tegen de borst aan, dan zou alles, licht en leven,


Ik denk aan je, je wordt niet vergeten, mijn grote angsten zullen je nooit overkomen, het boek zal opgedragen, de herinneringen zullen in de doos onder het bed, mijn hand zal uit blijven reiken, de blaadjes zullen geharkt,


Er valt een sluier over de tijd, wit is het niet, want de trouw is complexer dan een ring om vinger en de verbinding is even ambivalent als WiFi hotspot,


Eens in de zoveel tijd, is het mistig, lijkt het zowaar alsof er sneeuw in de zomer, alsof de lente nog niet hier, alsof het nieuwe jaar oud is, en dan, 


Zeg ik je overnieuw gedag, dat afwezigheid zo aanwezig kan zijn, leer je pas, wanneer het gemis er is."

"Заставь дурака Богу молиться - он лоб расшибёт."



Kun je het helpen, dat je als vrouw, eerder of later, meegenomen wordt in? 


Ooit geloofde ik dat het zakken voor mijn rijbewijs de grootste verschrikking was die kon plaatsvinden. Nu vind ik het angstaanjagend dat ik er een heb. We gaan nooit een auto kopen. Ik ga onder geen een mogelijkheid met je rijden. Gordels zijn soms ook dodelijk. En elke dag sterven er meer mensen aan ongelukken op de weg dan in de lucht. We zullen ons hele leven aan de trein overgeleverd zijn. Maar het is het waard. Niemand gaat jou op het asfalt uitstijken zoals ze doen met vogels en katten en soms in de klakkeloosheid van telefoneren tijdens en muziek wisselen met kinderen. 


Ik ga met je aan de hand overal en wij zullen elk en ieder roekeloos vermijden. En ik begrijp het echt wel kind, als je denkt dat ik overdrijf, maar geloof me, je weet niet hoe het eraan toe gaat hierbuiten. Mensen maken elkaar elke dag kapot. Op ontelbare manieren. En jou zullen ze niet nemen. 


Niemand zal je. Ik. Ik bescherm je. Ik bescherm je. Ik bescherm je ook voor mijzelf als ik moet. Ijverig als 't paard dat dwars door de hekken, in galop, ijverig als één voor jou, die opgeven weigert bij wil."

Bouw de wijn

 "Breng me, naar het viertal waar de kleur van de deur even vol van passie én felte als wij,


Neem me mee, daar waar het licht door de plisse heen zweeft alsof de lucht altijd warmer dan dat waar naartoe gekeken wordt in de buitenwereld,


Ik geloof, ik geloof,


In omeletten op bed met de geur van verse koffie en vroeg gebakken brood dat nog warm op het bord dampt,


In briefjes verstopt tussen sokkenla én frutsels van herinneringen die ooit aan het begin van "ons" aan de muur gespijkerd ingelijst en al,


Ik geloof, ik geloof,


Dat dit onze plek is, hier maken wij de regels, hier mag alles wat gewilt en gewenst,


Er wordt geleerd wat schuifelen nu eigenlijk is 'n uur of twee het nieuwe jaar in,


Waar de tafellakens verdwaalde dekbedovertrekken en ieder shotglaasje een kans op groene toekomst en groei beloofd,


Ik weet toch,


Dat dit onze plek is, hier maken wij het leven tot onderdanig aan de handen die haar boetseren zoals naar verlangd wordt in de stoutste,


Ik geloof, ik geloof,


Dat je rijker wordt van in de armen ontwaken elke ochtend,


Dat is onze plek is, hier maken wij de regels, en je hoeft nooit meer je jas aan te trekken en de deur in het slot te laten klikken, door weer en wind naar huis te vertrekken,


Ik geloof, ik geloof."