Tuesday, March 19, 2019

Ik ook van jou, ik ook van jou.

"Aan de vreemdelingen die mij voorgingen.
Ik was eenzaam, en daarin perfect.
Het was geen lot. Het was niet onontkoombaar. Het ging gewoon, zo.
Hij was eenzaam, en daarin perfect.
Het was een naadloze aansluiting. Ogen vervuld van nostalgie, tranen die triest over de heimwee van de toekomst vandaag al missen wat zij nooit gekend hebben.
Was er maar een zamer geweest. En samen dat meer gezaamd had voor elkaar.
Ik was ieder ander.
Hij was elke man.
Maar dat was het nu net.
Hoe een vreemde als eeuwig familiair aangevoeld kan worden en het hart doet roepen uit volle borst naar de te ontmoetene die het eindelijk herkend.
Het kloppen stief wel duizend maal. Tot het malen zich verhevende tot dejavu en een leven na de dood ontstond. Het delen van een spiegel hemel in de woestijn waar ooit een tuin bloeide in volle glorie. Al het groen verging. Alle ademruimte verstikte. Alle natuurlijke groei en overwoekering van in de kamers, ging op in stof.
Aan de vreemde, die het hart, als ongemak ervaarde.
Heb jij dan nooit in zijn kamers je thuis gevonden, tot het vertrekken?
Aan de vreemde, die behoeftes als opgave in plaats van gift zag.
Heb je nooit gevoeld dan hoeveel vertrouwen en hoop er in een toenadering van wanhoop om liefde te mogen ontvangen of verlangen naar het delen van affectie besloten ligt?
Aan de vreemde, die hiervoor van mijn man hield, alsof hij een onverbeterlijke rots was. 
Zelfs rotsen, smeken de zee om zacht te zijn, opzij dat breken aan het kapot slaan van de golven, opdat zij verweren en door de erosie langzaam maar zeker zichzelf verliezen, een minuscuul stukje per keer.
Aan de vreemde, die van de relatie met mijn man hield, maar in relatie tot, minder hield van de vorm van de ziel of leven, dan de conventie.
Aan de vreemde, die altijd zal houden van, maar niet weet hoe, getuigen van zal wezen maar vergat dat een wees, nu eenmaal.
Ik was eenzaam, en daarin perfect.
Het was het lot, dacht dat ik mijn naam hoorde al vanuit een echo, toen iemand hem riep.
Hij was eenzaam, en daarin perfect.
Het was te voorkomen, maar toch nooit niet."

X

"Er hing een waas om hem heen, zacht gekleurd en soms zo vol van vrede, hier, in het Zwitserland, wordt gefluisterd, gehuiverd wanneer een glimp van zijn componeren even aan de terrasdeuren naar buiten ontsnapt.
Wanneer er enkele noten vallen, het spelen tot het hoogtepunt rijkt, de rijm waarin hij beweegt, de armen van weleer, schouders zo kordaat, er is geen man, als hij die met het leven de handen in een slaat.
Het koninklijk orkest, komt vaak over de vloer, zij dweilen aan met instrumenten die hij alle bij naam kent. De dirigent zwijgt. Speelt de platen die de toon moeten zetten voor de verademing van.
Kruipt het stilst in bed maar ligt nooit met zijn handjes boven de dekens, als de man zijn bloed overgenomen is met een jubelende fles van 12 of de lekkernij die daarbij hoort. Dan de handen, handen, oh zijn handen. Zinderig zwierend in de ronde terwijl hij zo stil mogelijk probeerd niet luid te zijn en dat toch altijd weest.
Zijn trui gaat meestal niet zo soepel meer, maar kleed graag uit wie toch al naakt en rauw in doen en laten mijn drempel over stapt.
Hij neuriet wat, zelfs in zijn slaap, zelf na de, ook tijdens, en daarvoor al, elke seconde van elke dag, de muziek, de muziek is niet om te horen, die voel je.
Zijn snurken vormt het ritme voor een in slaap vallen van alle veiligheden voorzien.
Mijn Zwitser laat de zuchten in de ochtend klinken als het galoren, hij is weer hier, met mij, speelt frivool met de plukjes haren die mijn lippen in de weg liggen om wakker gekust te worden.
De stubeten komen en gaan, dat volksmuziek al lang verloren was, opdat de muziek het, over en door en ver buiten de grenzen dwars laat lopen, zoals mijn warhoofdje, de professor nooit tweemaal dezelfde melodie kan.
Er is maar vertegenwoordiger van het volk dat de muziek altijd en immer meer in de oren doet klinken alsof zij geschreven is om het lichaam te bevrijden van de ziel, mijn man, de trouvere, is een mens van het volk.
Opdat een man van componeren, uit de tijd, toch altijd een minnezanger beoogt, een die enkel voor hem, het woord, en luiden doet."

#internationalwomansday

Zo nu en dan tijdens het poetsen van de noten, of het ontboesten, zat ze voorover met haar ellebogen op haar knieën gebukt, stiekem aan een sigaret te trekken, haar wijsheden te verkondigen.

Het leven zoals het geleefd moet, door mijn oma;


"Drink altijd wodka jusdoranje op stap dan ruikt jullie moeder en je mens niet dat je gedronken hebt."


"De liefde van een man gaat door de maag en zijn gezondheid door zijn hart, laat geen dag voorbij gaan waarop je je mens niet een extra aardappel, extra stukske vlees en een extra ik zie oe graag toeschuift."

"Er is maar een ding dat belangrijker dan poetsen is, het leven, beter ligt er een riemelke stof de kast dan dat oe mens dr op zit, beter lees je de krant en gebruikte de stem die onze God oe gegeven heeft dan dat je moet zitten en knikken wanneer de mannen spreken."

"De wereld is niet gelijk voor niemand, maar gelukkig is zij dan daarin op zijn minst, gelijk, in hoe ongelijk het hele gelijk waar hiere."

"Als je een deurmat krijgt, met oe huwelijk dan hedde ge de juiste mens getroffen, want hij zal altijd weten waarom hij krek doar zijn blok uitdoe bij de deur om thuis te kommen."

"Schrijf, zo veel zo vaak en zo frequent mogelijk als je aan pen en papier kent komen. Er is te weinig geschreven door vrouwen waar de naam van een vrouw dan toch ook verdomme schreven en gedrukt stoat. Schrijf en ge blijft. In het geheugen van de gelijknamige op zijn minstens."

"Als een man oe niet alleen laat reizen, dan godde ge toch want dat hedde met hem niet te zoeken samen op het pad van 't leven, je zoekt een getuigen en geen gevangen bewaarder."

"Poets altijd de kraan af na de afwas dan git ie wel 40 jaar mee meisje. Ge kent veel zeggen van of ene mens afhankelijk van hoe dun kraan d'r uit ziet waarmee zij zun handen inlaten."

"Geloof niet dat 'dedde ge bedankt zeit dat witte ge' een ding is da mensen echt witten. Zegt het zo vaak en zo veel als en al helemaal in 't kwadraad wanneer het dun oewe is. Woorden zijn krachtig, en dankjewel is nog duizend maal sterker dan een misplaatste betuiging van spijt achteraf."

❤️

LIEBE

"Was zo graag een kat geweest,
Een van die strikkels, een kater met een karakter.
Dat ik elke dag voor het raam zou wachten tot je auto pontificaal op de verkeerde plek parkeerde en jij je intrede maakte, weer thuis.
Me eenkennig zou laten wezen, enkel eten wanneer het door de baas zijn hand, enkel kroelen en kopjes geven aan de kuiten van.
Was zo graag een sint Bernard geweest. Groot en van excessieve lompheid voorzien. Dat mijn buik en de vacht dusdanig groeien zou, dat er drie pasgeborene op in slaap zouden kunnen vallen zonder problemen. Dat ik uren stil zou, liggende, op het ritme van de ademhaling van mijn meest geliefde. Dat een piepje en schuine kop alle troost in de wereld zou bieden aan de man eenzaam op de bank, en er geen traan zou vloeien die vervolgens niet met geglimlach van verbazing van zijn gezicht gelikt werd. Dat ik huilen zou naar de maan van bezorgdheid wanneer de voetstappen het pad naar de deur te lang niet doen klinken.
Was zo graag een goed mens geweest. Een mens dat een echt mensen mens was. Als zij al bestaan. Een die het licht in je leven liet schijnen als op een eindeloze zomerdag. Dat ik je nooit zou bezeren met een klakkeloze grap of halfhoofdige opmerking. Dat ik elk pijntje van genezing zou kunnen voorzien, ik pleisters niet langer op de grond laat vallen of doorscheur wanneer ik ze open probeer te maken. Dat ik je zou voeden tot de huid weer leeft van kleur. 
Maar ik ben enkel een mens. Een mens met alle gebreken van dien. Die niets minder dan het imperfecte wezen zijnde dienen.
Was zo graag een mens geweest dat liefde begreep, zoals liefde mij begrijpt. Maar ik ben enkel een mens dat liefheefd en begeerd zoals de drang en grilligheid van nature over haar hart regeerd, hondsbrutaal met tijden, en te vaak als een kat in het nauw springende waar alle ruimte is, een mens dat ook niet meer weet dan dat wat het hart sneller doet kloppen zonder pardon of reden en wanneer het haar tevreden in slaap doet sussen..."