Friday, July 13, 2018

X

"Het is fortuinlijk, jezelf bevinden in de handen van een man, die zo opeens als magie, hier zijn, kan, munten uit zijn mouw schud, alsof het niets is, de bescheidenheid op zijn gezicht, terwijl hij mij rijkdommen van ongekend formaat, een geschiedenis aan, liefde geeft.
De dagen verstrijken, soms als in 'n penseelstreek verborgen, vanzelfsprekend de stelende beweging die zonder wrijving, de kleur van het hart licht en levendig schildert.
Wij wandelen stapvoets, bankje, boom, bankje, boom, bankje, boom, voorbijganger. 
Alsof wij elkaar maanden niet spraken, wordt er uitzinnig gepraat over daar, hier, toen, nu, er vallen namen als lichtstralen schemerend door de ademruimte tussen de bladeren, en ooit, in de schaduw, soms naar schatting, in het enigste volledig oplichtende stuk.
Ik glimlach, ik weet toch. En ik zou, Het, met niemand willen, tenzij niemand, jou was. Mijn man, houdt mijn schouders rechtop, aait de nek, het hoofd, de armen, zij zijn ook zo moe van de tocht.
Er verstijken eeuwen in het laatste half uur, de tassen waren niet volledig gevuld, maar de bagage is soms, zo zwaar, "kom maar hier, mijn engeltje, ik draag het zelf." Wij lopen nooit in stilte, ook niet als wij zwijgen, zijn hartslag componeert mij een melancholisch lied, dé muziek, van mijn man, als een troostende herinnering in een munt gewelst, gestanst, gewogen en geperst.
Hij spreekt altijd in halve poëzie, begrijpt het simplisme, zijn zachtaardig gelaagde symboliek vaak zelf niet. 
En al spreekt hij over ons, altijd in de verleden tijd, ik lees zijn ziel graag, in het heden, in zijn onmiskenbare onafscheidelijkheid, van leven, van het nu, nu en immer meer."

"🔺❤️🔻"

"En soms lijkt het alsof hij mijn hart en ziel op en af ministeckt, 
bekijkende vanaf een afstand of deze kleurencombinatie als een verf op nummer wél zeker over het onzekere, 
écht perfect genoeg bij zijn ooit voor genomen, 
maar nooit genoten, 
toch volgeschoten door, 
maar nooit echt compleet voor warmgelopen, 
leven past, of enkel een last is. 
Hij puzzelt en puzzelt en puzzelt. 
Alsof je hart volgen niet langer, 
of eerder nog nooit, 
écht kinderspel was." .

"Matten, A. (2)."

"Ik staar hem een tijdje aan, er lijkt zojuist een ontploffing te zijn geweest.
Zag ledematen vliegen, vulling van stoelen uiteenspatten om vervolgens in rook op te gaan en scherven als bijen in chaotische kollone voorbij schieten... te snel om met het blote oog tijdens angst tot in detail waar te nemen.
Hij zegt van niet.
"Er is hier niets om bang voor te zijn."
Mijn oor fluit nog na, piept wel te verstaan, het trillen van mijn trommelvliezen is nog niet gestilt, alvorens hij mij veilig verklaard.
En toch, de brokstukken, ik zweer, ik zweer.
Mijn raam is volledig gelijmd, elke scherf terug geplaatst, ze zijn allemaal ingekleurd met ecoline, als kleurrijke kindopvang Mandela en alsnog hoor ik hem zeggen, "je bent hier, het is al goed...", maar je zou toch zeggen, ik zou toch zeker durven te geloven, dat iemand er uitzonderlijke aandacht aan heeft besteedt het te doen laten lijken alsof er hier, niets brak.
Mijn ogen zoeken naar een streepje op zijn wang, een extra rimpeltje boven zijn opgetrokken wenkbrauwen of het linkse oog dat net iets te diep wegtrekt in zijn scherpte... Niets, geen tekens van leugens, geen lipbijtende, strotten verknijpende te hogen tonen te bekennen...
"Ik ben het maar..." Ik hoor hem zijn naam herhalen, de kippenvel, de rust, de stilte van de vrede keerde terug.
Mijn bed lijkt haar gewoonlijke proporties weer terug te hebben en de vloer ziet eruit alsof zij ondoorgrondelijk is blijven staan tijdens de inslag, geen sporen van de aanslag op mijn zinnigheid hier.
"Mijn spinnetje, mijn Carmen, ben je hier?"
"Ja"
"Nee"
"Overal"
Ik kijk dwars door zijn ogen, zoek naar een gedachte, een geur, een aanraking of geluid om aan vast te houden. "Mijn engeltje... Mijn engeltje toch..."
De ruis voor mijn ogen, het gestorven televisiescherm dat de weg naar Alaska verraad bekeerd zich tot de hedendaagse tijd en gaat live. Het is mijn man maar. Mijn man is hier.
"Sorry.."
"Nee alstublieft niet..."
Ik staar hem een tijdje aan, glimlach, opdat revalideren voornamelijk over validatie gaat, en mijn man in eindeloze hoop en optimisme praat."

X

"Hoe? Dan. Ons. 
Zoals nu maar dan in het kwadraat.
Hopelijk op een plek waar horretjes bestaan en waar ik heb geleerd te accepteren dat het onmogelijk is alles zelf te doen, daar waar jij dingen mag ophangen en de handen dagelijkse dingen mogen maken, niet langer enkel gespaard worden voor de belangrijkste klus in de korte tijd te klaren.
Zonder wekkertjes midden in de nacht, er wordt hier optijd geslapen, met ogen open gedroomd en uitvoerig besproken hoe de nacht op de andere helft van het bed was tijdens het ontbijt.
Met de taken verdeeld, want eerlijk waar, het is een hele opgave aan te gaan met een dyscalculie tellend meisje aan je zijde. Maar wees niet gevreesd, ik kan tot drie en al zie ik het vaak verkeerd, dat ik altijd mijn best doe, daar kun je op rekenen.
Handig, met een plek voor je schoenen, waar ook meteen de blarenpleisters liggen, en de sokken zonder gaatjes al klaar zitten in het paar dat wél bij je broek past.
Als een tekening, zorgvuldig bewaard, respectievelijk gewaardeerd om de lijnen en met eindeloze prijzingen over wie dit samen op de kaart hebben gezet, jij en ik, tekenend voor het leven, langzaam aan door bouwend aan het ontwerp, de blauwprint van doorpakken op.
Heel stil met tijden als we allebei into onze introverte mode zijn. 
Onstuimig wild tijdens de hittegolven, onbegonnen werk, de drank, de drang om, en jou.
Lieflijk, wij mekkeren en mauwen wat af naar elkaar, het is ook zo simpel toch, je kiest uiteindelijk toch altijd met wie je wel levenslang wil bikkeren, omdat het gepaard gaat met een leven lang verzoenen.
Hoe het zou zijn?
Zoals nu, maar anders, meer tijd, meer ontbijtjes, meer voeten in bed, meer Netflix samen kijken, meer boeken in de kast, meer dagelijkse strijden, meer vragen, meer geven, meer antwoorden, meer leven, meer irriteren en nog veel vaker vergeven.
Het zou zijn als ons, precies, wat wij er door de jaren heen aan werken voor en willen investeren in of bouwen aan, ingestopt hebben, met alle zorg en aandacht verwezenlijkt vanuit de liefde voor, de ander in ons."