Wednesday, January 8, 2020

MAL-TA

"Soms ben ik bang, dat de zee ons opslokt. Dat wij gadeslaan op de rotsen die wij pretendeerde te zijn. Dan kijk ik naast mij en ligt hij daar, gestript van prestige, eigenaarschap en onuitroeibare misverstanden. Het licht schijnt zo puur te schitteren als een weerspiegeling van oprechtheid uitgestrekt over de zonvergulde huid. Dan zucht ik van genoegen. Bolt het zeil daarmee eventjes op en kabbelen wij, zucht, zucht, zuchtig door.
Soms ben ik bang, dat de zee ons opslokt. Dat wij gade slaan op de rotsen die wij pretendeerde te zijn. Dan kijk ik naar hem, naast mij, en vergeet ik, hoe bang wij vrouwen eigenlijk zijn."

Where dreams go to die


"De feiten presenteerde zichzelf zoals de scheurkalender er u op kan zeggen dat zij elke dag gistere haarzelf kapot laat trekken om vandaag te kunnen tonen.
Dat het een koud kunstje is voor zij die laveloos door het leven banjeren met de viezigheid nog in de groeven van de schoen de woonkamer vervuilende.
Er wordt een vingertje gewezen wanneer het tijd zoals juffen al straffende naar de plakbollen en lege flesjes lijm wijzen net op het moment dat gelukzaligheid even plakkende leek.
Zo vergankelijk als alles is zo blijvend is niets dan wat je hoort en ziet en niets dan wat er kleeft.
Als een boei aan de voet omsloten loopt het al bepijnigd door het even alsof leven gegunt laat staan ooit gegeven.
Zij lacht wanneer er een te veel geschonken met de timmermanstaal waarin zij spreekt predikt ze de wereld haar grote publiek van vijf stuks tellende over de slangen al sissend.
Zelfgenoegzaam wijst de vinger van daar naar hier van hem naar haar van onzin naar nog minder relevant en zo bereikt het uiteindelijk altijd de zeurende tand.
De waarde van weten is niet hetzelfde als meten en in liefde compleet ongrijpbaar tot het in conclusie nog nooit zo begrijpelijk was als wanneer 1 + 1 meer dan de gemeenschappelijke waarde.
Noem'er Pinokko en Den Uyl zal niet tegenspreken of over misverstanden.
Zie't voordat liefde tegen liefde een titel wordt die bekend en onuitroeibaar.
Kamer'aas mijn raad de smaak van teleurstelling op de juk is onlosmakelijk verbonden met de kleur van wegcijferen voor zal niet langer grauw of nodig.
Begrijp dat wolven in schaapskledij altijd onbenullig tot gemoeten zal en altijd zielig tot onresulterend blijkt.
De agenda toont enkel wat het hare uitkomt tot de waarheid boven tafel komt en er wederom van deze tafel niet gegeten kan wanneer er honger naar troost of acceptatie.
Het gemis van een streling doet atmosferische storingen ontstaan en niet andersom soortgelijk doet het gemis aan diepgang de oppervlakkigheid ontstaan waarvanuit fundamenteel onderzoek niet langer mogelijk en de conclusie altijd leegte en ontbrekend aan blijft."

Friday, January 3, 2020

Moby my dear


"Noem hem Gierand, voor het gemak. Ik zei, dat het niet autobiografisch was. Maar ik lieg. Graag. Vaak. Te veel. Ik kende hem.
Gierand zat in de hoek van de kamer. Gesloten met een oog luierend op het boek. De ander al hunkerende naar oplichtendheid verder op. Hij zuchtte af en aan. Soms vroeg ik hem, dan tijdens, "denk je dat wij het redden?"
Maar zoals een kapitein, altijd, en een gereneraal ook niet anders kan dan, was hij geobsedeerd met het moeten kunnen winnen van een oorlog gevoerd om de vrede, met het moeten kunnen overmeesteren van ongeloofelijk onstuimige oceanen waar geen mens zich aan wil wagen.
Daarom wist ik, bij voorbaat al, dat het altijd nee, en altijd, ja zou. Maar vooral, in altijd en van nature, hangen blijven.
Gierand was geen ontevreden man, verzorgde het bezit alsof schatten, maar kon in een ademteug overal afstand van doen. Dingen, deden hem veel maar niet zo veel als dingen kunnen doen.
Zo werd hij dan ook steeds kaler. Van kippen die kaal zijn, kan niet meer geplukt worden, maar er werd gepikt en gepikt. Hij werd zo bleek soms dat het grauw scheen. Hij werd zo tenger soms, dat hij bibberend leek.
Zo werd hij dan ook steeds kleiner. Zichzelf verontschuldigend dat hij een mens, ook maar mens, en een kind, een gekwetst kind was. Hij werd zo vaal dat het soms leek alsof hij kleurloos. Hij werd zo schuchter dan het soms scheen alsof hij overgeleverd aan, opgegeven had.
Gierand was niet zomaar een man, met een boek, hij was de man, met het boek van het juiste uur. Zo luidde de bellen, nieuwe tijden in.
"Noem me Alice," besloot ik hem.
Hij slikte zijn tranen weg. "Is het te redden denk je?" "Wat?" "Ik.."
Gierand nam de hand, al uitgestrekt op tafel. Wij schipperen de wereld rond, op zoek naar veren, die door zware weren loslieten, en bij elke onwaarschijnlijke vondst, lijkt hij groter, voller, bebloosder en gezonder. Met iedere veer, wordt hij veerkrachtiger. Alsof zelfs een kapitein, een generaal, in tijden van vrede, vleugels spreidend, vliegen kan."

21 voor 21

"En wanneer wij nog eens twintig van vandaag verwijderd, dan mag ik hopen dat, het porseleinen varkentje nog niet kapotgeslagen, enkel gewassen is.

Dat ieder jaar een les mocht zijn, in hoe het ook, en kan. Dat er te veel bootjes in flessen voor aan de muur. De collectie groter wordt met elke groeispurt van het jonge onbezonnen hart.

En wanneer wij daar, dan hoop ik, dat zij nog goed gevuld en rijkelijk klinkend, elk dag van groots geluk geplunderd mag. Dat elk nemen, het schenken is, van een nieuw verhaal, dat verteld hoe het ook, en wenst.

Dat ieder jaar een proost mocht zijn, met zacht zoete afdronk. Dat de glaasjes nooit de vitrinekast maar juist de wasbak overspoelen. Dat er niets verstoft, opdat er te veel aangeraakt en vastgehouden wordt.

En wanneer wij daar, dan hoop ik, dat zij Bourgondisch rond en om aan te vergrijpen is, in tijden van vieren, verrassen en vooruitgang vergezellen. Dat alle kleine beetjes, gedeeld, de oceaan doen overstelpen.

Dat ieder jaar een uitreiking, met warmte van handen strelende uitgestrekt over tafel. Dat zij altijd verenigd mogen om honger en dorst te stillen en lessen. Om aan te geven, waar de ander net niet reiken kan en te delen waar gebroken of als gesmeerd.

En wanneer wij daar, dan hoop ik, dat openen bij geluk zo veel zaliger voor de ziel jubelt, dan het lid ooit had bedacht, tijdens het hard maken voor."