Tuesday, February 21, 2017

"Nautilus pompilius" .

"Voelde enkel nog je tentakels in de mijne verstrengelen,
Als ik aan dat moment denk, nu nog, krijg ik kippenvel,
Het zit in de winding die glad op grenzen aansluit,
Zij worden naadloos verbonden daar waar alle uiteindes beginnen en alle openingen eindigen,
Hartvormig zou te cliché zijn maar godverdomme fysiologie veranderd niet,
Vervormd zich naar de klop van je hart het slaan van mijn vuist,
Je aanraking vermengt in de structuur van mijn wereld,
Ik ben er huiverig voor, weet dat de stroom van het water onze levens ook weer uit elkaar moet laten deinen,
Hou me strikt aan de regels over hoe te varen op open water,
Maar denk stiekem aan hoe het zou zijn om het anker uit te gooien,
De gedachte kietelt me aan de zuignappen die ik niet bezit,
Als uit instinct zou ik je onder spuiten met inkt, vluchten voor hij die mijn elke gevoelig plek aanraakt alsof er geen gevecht aan vooraf gegaan is,
Ik heb geen verweer meer tegen de connectie,
Enkel nog afstand, witte vlaggen die nog niet opgestoken en seinen die nog niet gegeven zijn,
Ik bewaak ze met mijn leven,
Terwijl ik verga in de gedachte dat deze woorden wegsterven nog voor zij ooit uitgesproken waren,
Het aangezicht, laat het je aan mijn gezicht af te lezen zijn,
Van achter naar voren, ik ben een ruïne, jij weet waar mijn herbouw naartoe reikt, jij bent de architect,
Al lang gezien hoe het zou kunnen zijn,
We zouden bouwtekeningen kunnen aanpassen, camouflage kunnen veranderen, in andere stromingen kunnen bewegen,
Maar we drijven, tussen horizonloze ongerepte oceaan, en wal, limbo dansend op het water,
Het spijt me, dat mijn tentakels onmogelijke bewegingen van je vragen,
Hadden wij het ongekende maar als kennis ontmoet,
Zonder deze aanvaring een overstroom aan ervaringen te maken,
Ik beloof dat als je als schikbreukeling dobberd naar opslokking van zout water,
Mijn acht zich om je sluit, ik laat je niet verdrinken, vang je op,
Onvoorwaardelijk." 

Post a Comment