Friday, September 29, 2017

"1957 - A _ versie . 2 ge> ."

"Toen vroeg ik me af,
Of al het publiek dat jouw tentoonstelling geniet,
Ook het privilege heeft, haar te zien, in zijn werk,
Er worden verhalen in verhalen verteld, 
Maar zo vaak als eens, gezegd wordt, gaat niets hier om horen,
Dat wij luisteren wanneer wij niet praten,
Als vorm van overstemmende reactie het applaus,
Maar slaat zij op de slag van je hart,
Voel je haar, de drang te vertellen, wanneer er niets meer is, dat wel ergens op slaat,
Wanneer de laatste slag en het doek gelijktijdig vallen,
De tijd stopt met tikken, stipt in het licht,
Er zijn zo veel kleuren te veel,
Ik zeg je, het staat je allemaal,
Maar mijn kameleon, wat is nu dan jouw kleur?
Ik stel vragen over filters, maar noem het woord niet,
Fotografie, ze is plezierig, ik zie je graag verschijnen op het scherm,
Maar vraag me des te vaker af,
Hoe vaak jij daar afgeschermd bent?
Welke kleur je dan het best staat, blauw, honderdmaal blauw,
Licht of donker mijn lief, jij bent water,
Mijn dorst, naar meer verhalen, het spint tot aan verdronken aan toe,
Het oprecht spelen geen probleem, het podium, de beste vriend,
Maar wanneer wij praten over eerlijk zijn, er wezen, en mogen, 
Dan, ik zweer, het podium dat mijn thuis is, zij is zo veel angstaanjagender, dan de spiegel ogen, de armen van mijn beschermer, het geliefde hemelsblauw,
Toch wanneer de rol van loper buiten de grenzen van gevallen muren loopt,
Dan begint het spel, was het maar toneel."
Post a Comment