Tuesday, September 5, 2017

The Sea Promenade

"Er liep een lijn,
Of eerder nog een muur,
Als tachtig jarige bejaarden,
Kijken wij terug,
Halen herinneringen op in tijd,
Alsof zij al tijden niet meer aan onze zeide staat,
Dat is waar wij twee oude dwazen zijn,
Pratend over spijt die wij enkel voelen voor de ander,
Maar als wij toch, liefste,
Geen spijt hebben voor onszelf,
Kunnen wij dan niet op de dankbaarheid,
Van hoe goed het was, is,
Mens te zijn, berusten?
In die vraag rusten onze kinderen,
Verzadigt en ontwetend, zij zullen het woord vlucht of oorlog niet kennen,
Veronderstellen dat zij weten hoe het voelt, omdat zij uiteraard hun hart gebroken hebben,
Over viertienjarige meisjes en knullen die mannen leken maar jongetjes bleken te zijn,
Maar geen littekens die dienst doende zullen tatoeëren op hun onschuldige lichaam,
Zij mochten zo groot als ze waren, het kleintje op schoot zijn voor een afgeschaafd hart, een aai over de bol een kom maar hier en een alles komt goed,
Ik zie een man en een vrouw, 
Twee kleine kindjes,
Samen als gezin aan de tafel,
Die altijd maar twee lijven telt,
Toch vier gezichten rijk is,
De kinderen spelen met hun eten, hebben er geen tijd voor, vertellen honderd uit, zij tegen hem, hij tegen haar,
Er zijn oren en ogen in overvloed,
Dat is waar wij generaties aan doorgevertjes zijn, wat ik droeg geef ik je met liefde, het past je perfect, zoals jouw tshirt zich ongeëvenaard nestelt in de ruimte tussen mijn kippenvel,
De ouders, zij zwijgen, zij weten toch,
Onuitgesproken, is voornamelijk dat, wat overduidelijk zichtbaar is, Er hangt een collectie aan flessen in de hal, zij tellen van plafond tot vloer door, ieder van hem gevuld met een bootje,
Waarom wij geen schepen sparen?
Omdat zij ons niet schepte,
Er staat een paar met trillende handen te glimlachen, "je zou zeggen dat we het ondertussen gemakkelijk kunnen toch?"
Hij glundert, "je doet maar kleine klunsjesman van me,"
Er loopt een lijn, of eerder nog lijnen, voor ieder jaar dat zij zomaar een muur had kunnen zijn."
Post a Comment