Tuesday, January 9, 2018

"A liason en ruïne."

"Het bibberde nog al wat, met de vacht zo versgeborsteld,
Jij bent helemaal van ons nu, hoor ik mijn broertje zeggen, wij kijken elkaar verbaasd aan,
Het was altijd zomaar, zo verwarrend, 
Een doodnormale schooldag, de maandag voor de zomervakantie, wij hadden plots een poort en bezoek, er piepte iets van onder de tafel, en moeder zei dat een de ochtend en een de avondwandeling zou nemen,
Al jaren stond het niet meer op de sint, kerst en jarig wens lijsten, wij waren vergeten dat we ooit een huisdier wilde,
Op een doodnormale dag zonder heisa, 
Hadden wij iets goed gedaan dan, de eerste vraag, hadden zij iets goed te maken, de tweede, wanneer zouden wij jou weer af moeten geven? De laatste. 
Het was niet zoals wij ons voorgesteld hadden, net als in de films, maar we hielden je er niet minder om,
Zij vroeg me ooit of ze ons nu een ongewenste had geschonken, of wij het liever anders wilde, nog niet misschien, geen een zou zijn als de onze, en de onze was er maar een,
Kan me nog herinneren dat je weg moest, naar een beter thuis voor hondjes zoals jij, naar een thuis dat wij je niet konden geven, als veertienjarige was mijn verbazing groot, hoe je tranenslikkend van verdriet jezelf kunt blijven horen zeggen dat het goed is zo, het bittere in zoet een laatste kopje en vasthouden nog even, wanneer ik je beloof dat het daar beter is, ik zoek naar hetzelfde daar voor deze hier, maar beter voelt zij niet, wanneer zij het hem beloofd, beter voelt het niet, enkel verdoofd."
Post a Comment