Wednesday, January 3, 2018

X

"Eindelijk. Het is ervan gekomen,
De vrouw had het me al gezegd,
Ooit, haalt de tijd je in,
Ik staar naar haar bleke gezicht in de spiegel,
Zou toch zweren dat eerst, haar uiterlijk veranderlijker leek,
Niet als seizoenen eerder nog als het weer, zonder aankondiging maar ongeacht wat altijd even intens als vluchtig,
Doch tijden nu, staat zij stil,
Ik huiver,
Vorige week nog,
Zag ik de tijd opgroeien in fantasie alsof zij mijn kind was, nog geen uren later baarde zij mij zo veel zorgen dat ik vroegtijdig breken moest,
Huil maar niet mijn kind, ik voel je toch, ik weet dat jij een vechter bent,
Trillend in mijn armen als een maagd gevuld van schrik troost ik hem met de slaap liederen die ik je zou zingen tussen de avondval en ochtenddauw in,
Zachtjes fluister ik de dagboeken van vorig jaar, zo dubbel als het begweegt bij het horen van geschiedenis,
Eindelijk. Het is er van gekomen,
Dromen die al lang opgeheven waren vullen de hand, kan je hen nog echt opgeven als het nooit meer was dan een wens uit een vorig leven? 
Ik pijns al door maar gebalde vuisten kunnen njet grijpen laat staan gevuld worden, toch smeek ik je, 
Eindelijk. Het is ervan gekomen,
Ik had gezworen me daar nooit te laten gaan, maar het hart kan haarzelf niet helpen wanneer de ziel op afwezig staat."
Post a Comment