Friday, November 9, 2018

X

"Zoals zijn veters langs de grond af tikken wanneer hij zijn schoenen uitdoet.
Er zijn geen klokken met batterijen hier, omdat het takken mij op de zenuwen werkt. Maar zweren dat het spreekwoord van het tikken klopt, daar kan ik dagen over praten.
Zoals de nagels van de duimen langs elkaar weloverwogen in iedere overpeinzing de kleinste vorm van het geluid nabootsen. Het ritme. De regelmaat. Hoe erop te rekenen valt.
Nog drie zinnen. Nog twee stiltes. Nog een keer of vijf zijn gezicht verdraaien en de oortjes voor 'n laatste keer spitsen.
Zoals de man tikt, tikt niemand.
Tien over half elf. Hij zei kwart over tien dus hij is er om drie over kwart voor elf. Ik draai met de aansteker op tafel tikketikkerikketikke, ga niet roken nu, hij kan toch zeker elk moment komen, en zowaar als zij wel aangestoken is, het tikje van de witte doos. Omdat de bel altijd haperd. Een tik slaat voordat de eerste toon van de bel en goed en wel verstaanbaar is.
Zoals hij niet langer meer tijdens mijn in slaap vallen de deur in twee klikken dichttrekt. Tik, ik hoor nog een zucht half ontsnappende in de gang, de man doet zijn kraagje dat ik net behoedzaam goed deed, overnieuw goed, tudum tik. Zij kan in slaap vallen. De deur is dicht dicht nu.
En het doet er nooit toe. Of eigelijk is elke tik die een ander mens slaat meteen een getikte tic die werkelijk geen meer laat staan van waarde is behalve dat het mij geduldig leert mijn mond te houden.
Zoals de man tikt, tikt niemand.
Onverschrokken, vol overgave en compleet ontdaan van. Met elke tik even ontwapenend bepaald hij het ritme waarin mijn hart meedijnd.
21, 22, 23, tik, tik, 24, 25,
Ik begrijp nu, waarom een mens een klok zou verlangen, opdat alles draait om tijd.
Ik begrijp nu, waarom ik mijn man liever verlang, opdat alles draait om het vergeten van de tijd.
Zoals de man tikt, tikt niemand."
Post a Comment