Wednesday, November 14, 2018

"Mea maxima culpa."

"Mijn brein, hart en ik zitten aan tafel. Rond. Vier stoelen. Mijn intuïtie is natuurlijk als vanzelfsprekend te laat. Zij doet niet aan timing.
Al zuchtend wachten we een Brabants kwartiertje maar het brein staat erop, de notulen moet nu gemaakt worden, het is toch zeker al bijna bedtijd.
Het hart klopt af, "kom op nou, het is zo simpel," zij slaat op tafel.
Ik probeer koffie voor handen te krijgen maar er geen beginnen aan door al dat gebazel en gebaas van beter weten, daar kan een mens, weliswaar gewoon niet tegenin gaan, al wilde ik graag. Toch de thee, dan maar.
"Wat mijn menig erover is?" vraagt zij mij al overpijzend mijn gezicht analyserende, "Ik weet niet precies..." "Och mens," schreeuwt zij er zonder pardon doorheen, "je weet precies, heb ik je dan niet geleerd..." verontwaardigd probeer het hart haar armen over elkaar heen te slaan, maar haar trillen verraad haar al, zij is even bang als ik...
Met horten en stoten meld zij nog enkel woorden die wanneer het zinnen waren geweest zinniger waren in dit geval.
Tevergeefs gaat het brein geheel volgens planning door want wij moeten immers het licht uit hebben voor half een.
Ik gaap al voor de zo veelste keer...
"Ik vraag het nog een keer, wat is dit dan godverdomme toch?"
Het hart slaat op hol, springt op, en klopt haarzelf op de borst, "sukkels, je houdt van hem.. Je houdt van hem en daarmee is het af."
Zij glimlacht wat, de idioot, ruimt de kopjes op, trekt haar pyjama aan en doet haar nachtcrème op.
Stopt haar brein terug in het hoofdloze, het hart in haar kas, roept nog een keer over de hal intuïtie dat achteraf gezien, altijd te laat is, maar de deur vannacht open blijft.
Zij glimlacht wat, de idioot, hoezeer een mens het eigenwijze groot, nooit grootser dan, de zaken van het kan."
Post a Comment