Wednesday, November 14, 2018

GBK

"De kraam staat er. Het is tijd. Wat leven wij in een prachtige wereld, opdat het november heeft. Wat leven wij voortreffelijk, opdat de zomer plaatsmaakt voor de kou. Alsof het universum ieder jaar weer bij alle macht haar laatste krachten inzet om op de donkere dagen een glimlach op mijn gezicht te tekenen, de zakken van je jas, zijn zo warm en veilig, bergen mijn handen perfect voor het snijden van de winterse wind.
De kraam staat er. De lichtjes schitteren en knipperen, lonken mij al uit de verte. 'Een wafel?' 'Met chocolade?' 'Wat je maar wil...' 'Ik...' 'Ik kan die knuffel nu wel gebruiken.'
De kraam staat er. De wafeldag maakt zijn intocht en bij elke dag die passeerd telt zij af alsof het een feestdag is die zijn intrede maakt. Een advent voor het moment waar de man, De Man werd. Hij zweeg nooit zo veel als wanneer hij wel sprak. Hij zei nooit zo veel als met weinig woorden. Hij aait met een hand over de mijne terwijl hij de sigaret uit mijn hand steelt. Ik hoop dat hij hem nog terug geeft, het laatste hijsje, ik wil aanraken wat al tussen je lippen gesloten werd, kunnen fantaseren dat het geen sigaret was die de onze deelde, maar een zoen. Maar een zoen. Maar een zoen. Een zoen.
De kraam staat er. En als iedere keer dat ik aan jouw lippen denk terwijl ik een wafel zie, mij een kusje zou kopen, dan waren mijn lippen nooit meer droog en jij nooit meer zwijgende. Een eindeloos voortkabbelend gesprek in stilte."
Post a Comment