Thursday, January 3, 2019

‘argumentum ad ignorantiam

"Wellicht, als beide in een zelfcastijdende zoektocht naar de waarheid van de anders liefde voor de ziel van het onbeschermde zelf van de ander, er enkel geschreven mag worden in brieven met beloftes die een mens eerst geproeft heeft, gesproken.

Wellicht, had het gelezen moeten worden, voor de stelling die de in zoetigheid gehulde zinnen werkelijk waren, voorwaardelijk geliefd, tot het tegendeel bewezen kan worden.

Wellicht, dat het woord, werkelijk waar geen inhoud heeft, geen lading bezit, niets meer is dan de hoop de ander op een dag te mogen bewijzen, dat de wens, het verlangen, de onlosmakelijke verbintenis, in de realiteit van vergeving, verzoening en verlossing leeft.

Een mens, kan schrijven wat het wil. Als zelfs een schrijver kan poochen dat woorden niets betekenen tot een mens in lijve de definitie bij hart ondergaat, dat er geen spreken over is dat, dat gelijkwaardig aan horen, blijkt.

Wellicht, was oprecht, niets waard tot het recht op, mogen ontvangen van, ontdaan werd alsof..."
Post a Comment