Wednesday, January 2, 2019

X

"Er was een remoerigheid in de lucht, als een vuiltje aan de hemel dat op de lens zit en toch degelijk het aangezicht zo overduidelijk schaad in de aanhoudende verstoring van.
Het was er stiller. Stiller dan normaal. Te stil, zou zij graag schrijven dat er een vriendelijk gebrabbel op de achtergrond door de ruimte resoneerde, maar alsof de dood, tot leven kwam, en overnieuw stierf, zo uitzonderlijk zwijgzaam was zelfs de natuur die dag.
Dat er op sommige plekken geen vogels overvliegen, geen planten groeien, zelfs geen onkruid, tot jaren na de inslag. De prijs van. Liefde werd geopperd maar derhalve zou iedere vorm van, al was het dan, onvoorwaardelijk, alsnog, te giftig zijn, om water te kunnen bieden aan een brakke grond.
Er werd een lijk gevonden, moeder bleek haar naam, en kinderlijk als zij was zat haar geest te wenen om het lijf dat nooit de hare, of hartelijk was geweest.
Er ontstonden breuklijnen, striemen die de grenzeloosheid van een ander op het eigen lichaam aanwezen, daar waar het zichzelf moest verveelvoudigen, vergroten om te kunnen ontsnappen aan. Een tijd voor, een tijd na. Een lichaam voor, een lichaam na.
Alsof het zieldragende goed in een enkele nacht een vreemde is geworden, een omhulsel kreeg dat niet stond, al paste het zo overduidelijk net wel, net niet, tot het verstikkende aan toe.
Er luidde een bel in de verte, het blikveld was vertroebeld, al jaren, als een blinde die zich inspand om zo goed als bijziend alsnog te kunnen wezen. Zij hoorde een kapitein wenen gestand, zijn schip, zijn schip, de ogen nog altijd verdrinkende in de zee, huil maar niet mijn kind, ik hou je vast, ik hou je vast en ik neem je mee.
Er was een remoerigheid in de lucht, een tweetal dat noch aan land nog aan de zee behoorde, graven telde voor levens aan meer, maar nooit dan meer of vrede durfde te dromen.
Er hing een verandering in de lucht, een wonder, kippenvel verspreid zich langzaam, zij leeft, de huid, het lichaam, het hart."
Post a Comment