Sunday, November 19, 2017

"The strange and the oddities."

"Hij zei, tranen slikkend, 'ik wil niet meer in de spiegel kijken samen, het beeld',
Toch, kijk ik naar mijn man, de handen, de ogen die op mij vuren, alsof ik niet al maanden in de vlam opging,
Ik kijk naar mijn vrouw, haar lippen, zo veel zachter, liever dan de mijne,
Ik kijk naar jou, en vergeet, leeftijd, gezichten, wie ben jij en wie is nu ik? 
Ik kijk naar mijn man, en zie enkel, het onze, dat wonderlijk, hier is, dat leef, altijd tijd heeft,
Wij begrijpen het niet stel ik graag, ik begrijp het goed, als altijd, al te lang, 
Er zijn geen regels, het is oorlog, vertel je me, je blijft haar herhalen en ik verval in het besef, dat oorlog enkel gemaakt wordt waar geen vrede is,
Je hart klopt tegen de ribben. Je borst is uitgezet, ik zoek niet meer naar de weg, ik vind de zucht van thuiskomst besloten in de warmte,
Dat ik erop uitgekeken moet raken, ooit, ik bekeek je zo veel meer dan jij ooit dacht lieverd,
Ik kijk naar de man wiens lip trekt bij het aandoen van de laatste sok,
Hij zal altijd lopen,
De rust, wij blijven praten over de rust en ik zwijg, gelukzalig,
Dat ik maar één foto van mijn thuis heb, ieder haartje gekruld als wanneer mijn kind nog geen afscheid kan nemen en zij haar gezicht neust langs de veilige haven,
Ik kijk naar mijn man, de borst,
Er is geen hier of daar,
Geen tijd nu of te kort,
Er bestaan geen jij of ik meer,
Enkel één ons, wonder boven wonder,
Een glimlach, opdat het barend is, mens te mogen zijn."
Post a Comment