Friday, November 24, 2017

"Y por fin te encontrè."

"De regen drupt van de hemel af als suikerdikke honing,
Zoete stilmaker van mijn huiverige kindertong,
Tot iedere keer dat de winter doch mijn deur sluit,
Ik bedenk, maar ik had je nog willen zeggen dat, als je nog vijf minuten had dan,
Wij liegen, liever nog dan tegen de rest, graag tegen elkaar en het liever dan liefste, tegen onszelf,
Je draait je graag om, ligt er al voor klaar, ik kijk naar de strepen op je rug, jij hebt hier zo lang gelegen dat het mijn in jouw een afdruk heeft achtergelaten,
De glimlach van gemis aan herinneringen waarbij wij rimpels in bad krijgen van te lang, eten moeten bestellen omdat de soep verkeerd getrokken heeft gisteren nacht, ons verslapen en elkaars sok aantrekken terwijl we achter alle kleintjes en details aanrennen, we hadden een paar glazen te veel op en een vrij weekeind dat stiekem toch altijd vokgepland met familie en hier en daar bezoekjes zit, waar de muur ondertussen verroeste spijkers telt, oh wat zou het prachtig zijn als er een haakje zomaar breekt, gewoon omdat er zo veel tijd verstreken is,
Waar ik vergeet hoe bijzonder jij je sokken aan en uit trekt, tot jij het met een vinger in je mond ondeugend doet, en ik mij weer herinner hoe schaars overdaad aan het goede is,
Waar we eindelijk geleerd hebben elkaar niet meer te "wat-en?" als de ander ons gewoon bekijkt omdat het kan, omdat het geleerd kan worden, terug te kijken, te glimlachen, en te zeggen "jij ook, bijzonder mooiheid."
Waar "je moet gaan he?", " heb je de wekker gezet?" en "nog vijf minuutjes en dan," een geheel nieuwe betekenis heeft, maar nog altijd even dicht tegen bezorgdheid en missen aan leeft,
Waar ik ben in gedachte bij je, ik hou je vast is, ik denk aan je, ik sta achter je, val maar wordt, waar "ik wou dat ik...", "lief, kom eens hier, als wij nu eens..." wordt, 
Waar ik en jij een grijs gekleurd glimlachend wij wordt,
Gewoon waar jij het jouwe bent,
Ik het mijne, en wij, dan altijd nog, de iedere ons in het onze is."
Post a Comment