Friday, February 2, 2018

X

"Dat duizend veertig uur competent maakt,
Tien duizend zelfs expert,
Dat een leven opgroeiend in daar vast overheen gaat,
Als een tweede natuur die je eerste overschaduwd,
Als vanzelfsprekend heeft het aangeleerde de stem, het recht,
Dat wij al tijden proberen, werken aan, zij trekt toch haar mond wel open,
Dat het alleen de mijne is, als ik nu hierin blijf, ik kon er ook niks aan doen, maar nu wel,
En het spijt me, het spijt me zo, ik bedoelde je niet pijn te doen, het spijt me,
Dat ook als ik zeker weet dat ik het niet wist, haar wortels in mijn gronden, obsessief zoeken naar waar, waar dan is het de mijne, de schuld, de spijt,
Dat jij kan zeggen wat je wil, maar de angst, de paniek, de beknellende en benauwde ademhaling wanneer ik er ook niks aan kon veranderen, het niet de mijne was,
In de wieg al vergezelde zij me, later liepen schuld, met voorbedachte rade en ik gemakkelijk samen door iedere deur,
Dat blijven leven in de schuld, het enige is waar ik daadwerkelijk schuldig aan bevonden kan worden, dat het deze keer mijn keus is,
Ik vind geen troost in de gedachte dat het niet uitmaakte, dat het geen verschil had gemaakt, dat het al vaststond voor mijn geboorte, dat jij of ik allebei de verkeerde tijd de verkeerde plek was geweest, laat het ergens mijn schuld zijn ik smeek je,
Laat op zijn minst mij leven in de illusie dat ik significant genoeg ben verschil te maken in de levens die van mij hadden moeten houden als vanzelfsprekend, laat me in de waan,
Laat me zoeken naar een reden, haar een neppe geven en tevreden zijn, laat mij een deel aan mezelf toeschrijven zodat ik haar liefde ook begrijpen kan,
Als ik het nooit gevoeld heb, laat me haar op zijn minst begrijpen dan,
Dat duizend veertig uur niet opweegt tegen het en tellende,
Dat het niet weggaan maar het overnieuw opgroeien in is, dat het geen keus is van een vrouw, maar de loyaliteit van haar kind."
Post a Comment