Thursday, September 6, 2018

X

"Het hart, werd een gat zei hij, het was leeg, verzonken en verdronken en nog nooit zo diep weggezakt.
Ik glimlach, huil maar mijn man, vul de put met tranen tot je klaar bent een muntje op te gooien, niet voor het besluiten, het cijfer of het gezicht, het feit of het gevoel, de overtuiging of de droom.
Niet voor niemand meer of minder dan hetzelfd, een muntje in de wensput die ooit het hart was, kloppende de aardbevingen van geluk aanstuwde, kloppende het rustige ritme van het lied der vrede componeerde, kloppende tegen je elke eigenhandig op slot gedraaide deur waar jij toch altijd door het sleutelgat blijf staren, kloppende in de hoop, het optimisme, het tegen alle verwachtingen in, kloppende op het hout van de eettafel opdat het leeft, kloppende.
Het hart, werd een gat zei hij, ik liet een traan, een glimlach van ongekend formaat gevolgd door een zucht. 
Het werd geen gat, het was er één, en nu dat hij zijn eigen hart eindelijk leert kennen als de gelijke die hij nooit tegenkwam, wens ik, mijn liefste, dat het muntje altijd plonzen mag, opdat het prachtig, een wonder is, dat ik iemand heb gevonden, die vertrekken, ondragelijk maakt.
Mijn hart, was een gat van immense grootte, hoe bijzonder, dat zij opgevuld kon worden, met het bestaan van slechts één."
Post a Comment