Tuesday, January 10, 2017

imbluedabadiedabadee

"Je ogen kijken me aan,
Soms zie ik haar in grijstinten,
Maar ik ben voornamelijk bezig met de kleur,
Herinner me de woorden,
"Verwilderd, blauw, intens",
Vraag me af of dat meer zegt,
Dan ogen die spreken,
Bedenk me dat het al lang geleden is gebleken,
Dat wij observeerden en afkeken,
In de hoop dicht bij de glinstering,
Van het felle licht aan de horizon te kunnen komen,
Tot bezit in plaats van bezetene bekeren,
Ik wil niet in de behoefte leven mezelf door jouw ogen te zien,
Om goed te maken wat ik mis in de spiegel,
Gegiechel van ongemakkelijkheid,
Ik kijk mezelf vanuit 6 ooghoeken aan,
Besef, dat wij onszelf overtuigen van wat de spiegel ons verteld,
Hoe absurt, spiegels praten niet,
We horen de stemmen van onze gekoesterde kwelgeesten,
Die wij zelfstandig maar al te lief in leven houden,
Wie zouden we zijn zonder hou vast?
Los geslagen kinderen, of zou het de essentie wezen...
Misschien eerder de intentie die we voelen,
We zijn immers toch hoe wij ons opstellen wanneer er niemand aanwezig is?
Als een beeldhouwer, kies ik ervoor het wrak te verlaten,
Ik wil de gaten in mijn zelfbeeld vullen met het bouwen,
Van handen om aan te pakken,
Voeten om stappen mee te zetten,
En een ruggengraat die liefkozend tegen me fluistert,
"Dromen zijn enkel bedrog wanneer je geen oog dicht durft te doen, maar ze ook nooit opent om haar aan te wakkeren,"
Er is genoeg gepraat over wat wij moeten zijn... als we later, 
Zonder zwembandjes in het diepe water gegooid worden,
Wie ik ben, zit in de rust tussen dobber en borstcrawl,
Het beweegt zich in mijn ongeslagen schoolslag, 
Wij waterratten laten zich niet overweldigen door de golven,
Worden niet bedolven door een ander hun gespetter,
We krabbelen voort, onze drang de kust te bereiken overwint elke neiging tot zinken, 
Wij zullen enkel verdrinken in elkaars ogen."
Post a Comment