Thursday, July 12, 2018

"He knows places".

"Mijn man neemt me mee,
In stilte, zwijgt over de plek waar wij heen gaan,
Hij nodigt me graag uit,
In zijn ontwetendheid,
Maar zo onbezonnen als wij graag klef op ieder gepasseerde halte staan,
Zijn wij al tijden niet meer,
Het maakt niets uit, wij kennen het podium,
Spelen graag, dat de zorgen van de wereld waardig stierven in onze armen,
En de vrede als een pasgeborene tussen onze naakte lichamen in het ochtend dauw ontwaakt.
Wij dwalen door straten, pleintjes, parkjes en promenades,
Hand in hand verteld hij over het missende geluk,
Het fortuin van de dag,
Ik glimlach zachtjes, mijn man zag iets glinsteren,
Vond een munt in het zand, met de ogen van een kind,
Ik weet toch, dat geluk met de domme is, zolang wij onze kop in het zand blijven steken, zullen wij altijd kunnen beargumenteren dat wij aan het schatgraver waren, in de anders ziel,
Maar eerlijk mijn lieveling, hoeveel munten, schelpen of ongeloofwaardigheden wij ook vinden bij noodlottig toeval,
Er zullen altijd scherven van glas begraven zijn,
Je voeten, laat me je voeten afspoelen, kussen en strelen, opdat ik ze nooit beblaard, geschaad of gewond wil zien,
De weg, de weg langs het strand, in de branding,
Wij houden van haar,
Wij haatten haar,
De afstand is altijd te kort,
De horizon te fel,
De afstand is altijd te lang,
De horizon te kil.
Mijn man neemt me mee,
Trekt mij bij de arm om mijn hand te nemen,
Hij ledigt zijn blaas op het stations toilet,
Ik wacht, op,
De meest ongerepte zee van allemaal, natuurlijk, in de jouwe besloten, de blauw kolkende pracht,
In elke oogopslag, een schot door mijn hart,
Het was toch een goede dag, maar melancholie,
Als het verdrietigste lied, troostend, in de zachte verloren melodie.
Mijn man, nam me bij de hand, liet mij de zee zien waar wij altijd over spreken, zij verwelkomde mijn voeten alsof wij eeuwen oude vrienden zijn, en ik dank hem, voor de eelt."
Post a Comment