Wednesday, August 15, 2018

Imbo zonder l

"Ze droeg de jurk als een zomerse zachterdagnacht schuilen de onder een afdak voor de tropische regen, doorweekt langzaam druppende vanaf de puntjes van haar lange lokken haar, even eigenwijs zijnde in het drogen als haar ondeugende glimlach doet vermoeden, en hij, hij hield haar vast alsof zij een mysterie was, greep haar hand vingers strelend en balans verdelende in de verstrengeling alsof het nog nooit zo simpel was een overeenkomst te tekenen als het bezegelen van de belofte, " de mijne, draagt de jouwe altijd mee", hij droeg het pak als een man van weleer als adel, deed het driedelige met ongeëvenaarde aandacht voor ieder knoopje zorgvuldig dicht, om het daarna in één enkel beweging van het lijf af te rukken zodra het woord gesproken is, "zielsverwantschap", hij eet als vier paarden met de ogen van een kind, er is geen enkel soort honger te stillen in vierentwintig uur opgesloten in, maar zij zucht toch voldaan en tevreden als een bejaarde die terug kijkt op het gedeelde leven, zo ligt zij met een kopje thee in bed langs haar man te kijken naar het prachtige patroon van zijn oogleden die fluctueren op het ritme van zijn adem, de snurkjes en de pestende morgenzon die het gordijnloze zolderraam tot wekker bekronen.
Zij dragen de jurk én het pak, staan voor de spiegel te kijken glimlachend, zegt de man tranenslikkend, "Ik kan niet meer kijken naar... Het is té mooi, té moet zijn, té ondragelijk licht... Ik kan niet meer kijken, naar wat zou kunnen, zijn."
Post a Comment