Wednesday, August 15, 2018

On the other side

"Als het menselijk oog het zou kunnen zien, zó licht, zó scherp, de goud zwarte waas van genoegendoening, van twee die samensmelten, van een botsing met het zachte en liefelijkste karakter dat langzaam de kettingreacties laat ontstaan alsof haar naam, Lot, is.
Als het menselijk oor het toch zou kunnen horen, het gezoem en gebrom dat gecomponeerd wordt door de langzaam ontvouwende vleugels van mijn man, hoe de spieren roezemoezen wanneer zij door de grootste gouden energiebron aangedreven worden, het knisperen van de veren die zich ontluikend draaien naar de richting van de zon, zichzelf herstellende in het kleinste detail op basis van de stop motion van de achter gesloten deuren gehouden flauwe glimlachjes. Het zou zijn alsof je in een transformator huisje zou staan.
Als de menselijke tast haar toch zou kunnen ervaren, voelen hoe de satijnen huid van haar prachtige glanzende gloed door de handen glijd, hoe weergaloos ontwapenend de zachte zoenen regen van de lieve woordjes in haar tongval de wang strelen, hoe sluimerend licht de kippenvel ontwakende aanrakingen van de vingers van de engel zijn, hoe zij jaren aan vastgeroest zeer, pijn en ontwetendheid met een uitademing over de borst kan omzetten in een ongevenaarde aardbeving van kracht en wil in het hart, het zou zijn alsof je in het verdrinken eindelijk je langverloren ademhaling, de lucht, het zuchtje van thuiskomen vind.
Als het menselijk hart toch een liefde als bovennatuurlijk zou kunnen ervaren, dan zou het eindelijk, onmiskenbaar het menselijk zijn, dat hem, haar, ons, dé liefde, zo hemels maakt."
Post a Comment