Sunday, April 8, 2018

"Matt-Lund-Hallen-Kisser".

"Hoe ver denk je dat het nog is?
De lantaarns schommelen niet meer,
Schuilen als in een kwinkslag gevallen voor de wind,
Dat het voelt als zomer,
Lente kriebbelend langzaam ontsluimerend uit haar winterslaap,
Hoeveel sproeten de zon zou kunnen creeeren op het moedervlekken canvas in één enkele zondag?
Batterijen die nog oplichten juist voor zij sterven geven de schermen die vooralsnog scherfvrij zijn een stil antwoord,
Hoe ver denk ik dat het nog is?
Het zijn nieuwe schoenen in zweet weer, zeker komen er blaren die het verder doen laten lijken,
Het ijlen van verbazing, heeft het verklaren, de zoektocht nog niet in werking gezet, maar de verwerking zij loopt immer meer achterop,
Als de schaduw, de schaduw die onlosmakelijk is, 
Hoe ver denk je, dat het nog is?
Zweetdruppels rollend via de wenkbrauwen recht naar de lanceringsbaan gestuurd tot zij de brug voorbij zijn en vanaf het topje van je neus vallen op mijn borst,
Of tranen en zweet van dezelfde substantie gemaakt zijn, ik probeer het verschil te ruiken tussen de twee shirts, maar het antwoord me nooit,
Hoe ver denk je dat een weg nog kan gaan, wanneer er aan haar gewerkt wordt, de lantaarns vallen en het oppervlak grillig wordt?
Hoe ver denk je?
Te ver. Te lang. 
Wij weten nooit waar we staan,
Dat weet ik,
Wij blijven maar lopen in de hoop het te ontdekken, maar hoe ver, denk je dat een weg kan strekken, wanneer wij dagelijks het alsvalt meer en meer zekeren?
Ver. Verder. Verder verzekerd bij iedere te. Ver. Te ver."
Post a Comment