Wednesday, October 10, 2018

APO

"Het was even simpel als de eerste keer dat ik een biertje kreeg,
Twee pretoogjes keken mij aan zette het flesje halverwege zo zonder dop,
"Als je wil..."
Zijn lach was eenvoudig, dié van een échte man, eigenlijk als twee strakgetrokken streepjes op elkaar geperst, meer één schuin knikje erin,
Ik dacht dan ook altijd, dat een mannenhart, gevuld moet zijn van stil verdriet wanneer de lippen enkel krullen in storm of tijdens beschonken zijn,
En zoals het glas toen klikte,
Als vanzelfsprekend gemakkelijk, alsof ik al het al jaren deed,
Zo kwam de "ik wil" ook uit mijn mond rollen,
Zonder enige schroom,
"Je mag het zelf weten,"
Een man die niet bang is voor een mening, mij haar niet onder stoelen en banken wenst te verstoppen, legde daarmee in twee zinnen het mijne op tafel,
Het was zo zwaar, zoals richting de krat lopen met drie ervan in mijn handjes, onhandig en te veel van het goede en zeker niet draagbaar genoeg om alles te kunnen voorzien van een schadevrije tocht,
Soms doe me aan hem denken, "luister naar de stem kind, je weet het wel..." het had zomaar de jouwe kunnen zijn, in plaats van de mijne of die van hem,
Flesje voor flesje zorgvuldig bestuderend op hun unieke identiteit voordat zij in de krat worden gezet,
Wat een karakters toch ook,
Het zal vast wel niet mogen als de pretoogjes zo duidelijk ondeugend zijn,
Maar het kieteld mijn tong zo, en het laat mijn buik rondjes draaien en zichzelf verslikken in de slappe lach van kleine boertjes die als giecheltjes bedoeld waren,
Het verslavende, ondeugd,
Zoals jouw tongstrelend zijn,
En terwijl mijn hand soms langs je nek af naar de schouders glijd, denk ik aan skippyballen, flesjes Bavaria en de geur van notenbomen, en glimlach ik, dat er na al die tijd geen flesje in de wereld is,
Dat mij meer kan betoveren dan jij doet..."
Post a Comment