Wednesday, October 17, 2018

"Dit gedicht gaat naar overal en nergens en dat is precies waar ik heen wilde."

"De schoenen waren stouter dan mijn stoutste.
Voeten werden onstuimig als in de wind fluisterend het geluid van ontluikend genot aan de horizon.
Dagen duurde eeuwen.
De zon brandde mijn huid maar ik heb nergens niet een seconde verveld.
Tot op het bot verwarmde zij wat ik ons noem. 
Wij dobberen op het water. Deze boot draagt haar vierde naam. Dit maal zal ik erop staan bij mijn man dat een boot ook naar een man vernoemd mag worden, opdat ik genoeg vrouwen heb zien komen en gaan hier aan het strand, en geen van hen leek op de vrouw naar wie ik onze boot zou willen dopen, geen van alle had ballen, geen een van de vrouwen was haar man's man. 
De jurk beknelde. Het korset deed mijn borstkas voelen alsof zij een kooi was en krankzinnig als ik werd trok ik mijn ribben een voor een uit, maakte een dromenvanger van hen, liedjes spelende, fluitende, kierende in de wind.
Er was ademruimte. Meer ruimte. Er was een plek zonder grenzen in mijn lichaam. Een onbewoond eiland met twee inwoners, de droom, én het plan.
En zij twee stuurde mij brievenpost vol romantische woordjes die bij elke misselijkmakende zoetigheid zomaar uit mijn mond sijpelde.
Hoe je een vrouw kan verlaten die je onsterfelijk maakt? Leek mij altijd een retorische vraag. 
Was het maar even vanzelfsprekend, als logisch.
Dan was het gelukkige eiland, al lang het eigen land geworden.
Stond de witte vlag al te wapperen boven op iedere boom en werden zij bijeengehouden door aan draad geregen fruit.
Zaten wij s' ochtends vanaf "Jack" te kijken met onze voeten in de deining rustend naar de vogels die frambozen verorberen in de morgen.
De schoenen waren stouter dan mijn stoutste. 
Ik durfde niet, maar deed het toch.
Ik stelde mij een seconde of twintig voor hoe het zou moeten zijn in de jouwe te staan, of... de jouwe... te zijn."
Post a Comment