Saturday, June 10, 2017

Fragmenten - 19-12

Ik zie je van achtere zitten. Je hebt geen eens kleding aan. In mijn ogen, ben jij altijd de naakte waarheid. Hoe veel muurtjes jij ook bouwt, de angsten, de lusten, de triestheid, het geluk, ik herken al je spoken in je ogen. Verberg je niet voor me. Ik zie je. Ik voel je.
Jouw geheimen, zijn mijn geheimen. Wij hebben al zo veel gedeeld, verdeel nu niet de leiding, om maar door te kunnen deinen, onze golven hebben nooit op die manier gerold. Zij slaan zichzelf kapot tegen de rotsen, zet het schuim om tot nieuw leven. Wij blijven oneindig energie geven om energie op te kunnen nemen. We zouden graag ontvangen, maar we hebben nooit geleerd hoe, willen accepteren, maar de gratie waarmee dat in handen genomen wordt, is als rode draad om onze ringvingers gebonden. Onlosmakelijk strakker en losser gespannen. Maar nooit volledig in rust. Ontspannen is misschien nog wel moeilijker dan de vrede erkennen, het ervan kunnen genieten wanneer het langer aanhoud dan enkele flarden van dagen.
Bevraag me dan, over hoe, ik je zie. Altijd. Smeek me je te vertellen waarom je trucjes niet werken. Ik weet dat jij het niet wil horen, ik wil het niet zeggen. Elkaar pijn doen, kunnen wij het beste, zonder moeite zouden wij elkaar kunnen laten sterven nog voor de dood. Maar ik wil het niet doen, je moet me dwingen, je hart te breken.

Trillende zullen wij onze handen om de anders hart sluiten, aftellen terwijl we er onze nagels in zetten, hem en haar tegelijkertijd verscheuren, alsof het niets voorstelt. Ik huiver nu al, raak in paniek wanneer ik enkel al denk aan het idee van mijn naam in het lijstje van oorzaken verbonden aan de pijn in je leven. Er liggen acht kogels op tafel. We zouden dagen roulette kunnen spelen zonder ze aan te raken. Als wij gaan schieten, breek mij liever, dan breek ik je, lief.
Post a Comment