Saturday, June 10, 2017

Vertallen

Je 1000 is 37. Je woorden zijn verheven tot 1,5 jaar. 547,5 dagen. Afgerond 547 of 548. Risico dreigt. Op  welke zou ik me moeten voorbereiden? Of stoppen we dan ook precies om twaalf uur, op de halve dag? “September”. Ik had me voorbereid te gaan vragen over de halve dag. Ik hoor je september zeggen. Ik weet je hebt gelijk, ik ben het met je eens, maar mijn hoofd kan niet bij het gesprek blijven. Ik probeer te tellen. Als ik me maar voor kan bereiden op, dan volg ik je in iedere keuze. 279 dagen. Dat is 268,5 minder. Paniek. Mijn plan om nu los te laten en voor realiteit in te ruilen, startte pas op dag 425. Ik heb tijd te kort. De seizoenen kloppen niet meer in mijn zelfbehoudend ontwerp.

Godverdomme, we praten er zo vaak over, ik had alles al gereed. Ik moet een nieuw plan uitwerken, webben overnieuw plaatsen, zodat ik mezelf op kan vangen. De val gaat zwaarder zijn dan het vallen voor je, daar ik recht in je warme omhelzing viel. Nu wordt het de koude harde grond. Ik kijk naar mijn vloer. Doe twee paar sokken over elkaar aan onder de dekens. Ik hoef haar nu nog niet te voelen. Langzaam blootstellen. Ik begin weer op dezelfde manier. Op mijn tenen loop ik naar de spiegel. Kijk mezelf vol achterdocht aan, je gaat niet op de snoozeknop drukken voor het maken van een nieuw plan. Je begint nog, vandaag. Mijn spiegelbeeld is streng, net als mijn moeder, verteld zij me altijd precies, wat, waar, hoe en wanneer ik me moet gedragen om “normaal” te zijn. Ik veronderstel dat abnormale controle behoefte in deze situatie eerder een normaal zonder aanhalingstekens is. Maar ik haal haar toch graag aan, zo klinkt ze immers altijd.
Haar 8 is 1. Jouw 100 is 26. Mijn 1 is geen. 2 is 3. Altijd 3 blijft 1. 
Post a Comment