Friday, May 18, 2018

#2

"Toch, soms krabbelen wij, stil zwijgend over onze eigen lijnen, er liggen briefjes op de keukentafel, "Eet je ontbijt, Engeltje," "Dito, dito, dito," "Herinner mij eraan dat ik jou ergens aan moet herinneren, want ik vergat wat, maar dit is je herinnering aan, dat..."
Zo nu en dan wordt de zee hier wat woester, slaat zij zichzelf op de rotsen kapot uit onmacht, in alle woedde toch, maar zo roerend en verslagen als het beeld eruit zit, terwijl wij huiverend buiten onder een dekentje gekropen dé goede thee delen, zo vanzelfsprekend is het opklaren van, het herstel en de kalmte van haar schoonheid na het kleizen.
Op vroege ochtenden jutter ik graag in mijn eentje over het strand, schatzoekend slenterend tot de tweede pier, als ik dan omdraai, is er precies genoeg tijd om de krantjes en broodjes jouw kant op de dragen voor je goed en wel wakker bent. Om nog stiekem één mok en één sigaret in alle rust te genieten, voor je de hoeveelheid gaat tellen, je kunt het zo zien, er is niet te liegen tegen je met mijn gezicht, maar verdomme want is het heerlijk wanneer je mij in de waan laat, dat ik nog geheimen voor je, hebben kan. 
En zoals jouw handen mijn gezicht altijd warm opsluiten in hun omhelzing, ochtend en avond als eb en vloed precies in het vaste natuurlijke getij én eeuwig op het juiste moment, staat voor jouw het kopje altijd vers klaar wanneer de laatste trede je aankondiging in de kamer kraakt. "Die moeten we nog maken, dat geluid,"
"Het hoeft niet gemaakt te worden als het niet kapot is... Ik hou van haar geluid, ze geeft me kippenvel op voorhand... Alsof het huisje ons als kende, hiervoor."
"Hmmm."
"Oh, ik weet nog..."
En wij babbelen eindeloos door..."
Post a Comment