Monday, May 28, 2018

O

"Ja. Ja. Vooruit. 
Ik geef het toe. 
Ik ben jaloers op maan, op hoe zij altijd naar je kijken kan voordat je in slaap valt, over je waakt terwijl je droomt, hoe zij snachts door je raam haar licht kan laten vallen, om nog een keer langs je wang te strelen en je welterusten te fluisteren. 
Nog jaloerser ben ik op de sterren, dat zij mij constant kwellen op een heldere nacht, me aan jouw ogen doen denken, en wakker houden met hun fonkelingen, lijntjes en licht, zelfs op een zomer nacht, doen ze me denken aan je borst, je rug, de stelsels van moedervlekken daar, de herinnering aan, of anticipatie op, kippenvel. Alsof het kouder is, kamertemperatuur, wanneer jij er niet bent, de sterren, de sterren, hoe zij altijd met je spreken kunnen in je elke geheimtaal, ook als wij stil zijn... Ik ben jaloers op de zon, dat nog vaker dan wij samen opgaan in as, zij je verbanden mag, puur en alleen om je eigenwijze jij. Kon ik je wangetjes maar even onbezonnen rood achterlaten van genot. Kon ik je zelfs van afstand maar zo raken met licht dat het voor dagen te komen nog te gevoelig was om aangeraakt te worden. 
Ik ben jaloers op de lucht die je inademd, hoe zij je kan voorzien van alles wat je lichaam nodig heeft om te overleven, zonder het te beseffen, zonder twijfel, zonder moeite, gewoon omdat zij er is. 
Ik ben jaloers, op hoe je zou sterven zonder, en morgen gewoon opstaat, wanneer je mijn atmosfeer verlaat, verdomme wat ben ik zuur van stof vandaag. 
Ik ben jaloers op alles dat als vanzelfsprekend natuurlijk is, was de lijst maar korter of kleiner, zodat ik zeker een groter op de langste lijst ter wereld was."
Post a Comment