Thursday, May 31, 2018

3

"Duister drammende dravers eisen mijn nacht op door te steigeren tot mijn hart door hen in het gallop de benen neemt.
Het is zo ver.
Zwetend en plukkend aan haar jurkje zit het meisje friemelend haar balans te vinden op het bankje. Het is warm, heet, over verhit. Als de vork maar niet valt, je kan niet eten volgens etiquette wanneer je vork niet mag vallen, hou haar vast met twee handen en al je kracht, en als ze begint te trillen van de vermoeide vingers, prik jezelf tot haar botte punten in je benen stekend je weer scherp maakte. De echo mag niet klinken hier. De doffe nadreun van een stuk bestek dat alsnog de houten vloer raakt. Kippenvel. 
Zij staart naar de grond, zichzelf op een neer wiegend, dood, leek een grootse troost in dit leven, dat ongekozen alsnog altijd derhalve tot " de onze" gestempeld wordt, het proces is gestart, de dag van terechtstelling nog ver op de horizon als een minuscuul stipje, maar toch, zij wij alle ter dood veroordeeld, wachtend, op de enige zekerheid, wij kunnen niet voor onszelf geboren worden, maar wel kiezen of wij voor onszelf sterven willen. 
Zij sluit haar handen in elkaar, bid tot God "haal uw zondaar, ik ben er klaar voor, het spijt me, het spijt me zo, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld," maar spreek, en de waarheid zal je gezond maken, de ziekelijkheid van zintuiglijke ontzegging om maar niet te moeten zeggen dat er hier geen zeggenschap is, tot credo verheven, de kleurloze wangen van een buitenspelede kluizenaar overnieuw schilderen tot kinderlijke blossen haar in bloei staan verkondigen, de vork is uit het been verwijderd, de heilige drie eenheid heeft haar markering van onmiskenbaar geloof in de moed, te moeten overleven als litteken tot een seculair soort tattoo van de tegenhanger der hedonisten gekarsktiseerd, het brandmark der vroome, geloof, hoop, liefde. Hij koesterd haar littekens met zachte hand. Haar ademhaling stabiliseerd, zij realiseerd zich weer, langs wie zij vannacht in slaap viel, en wie haar wakker kussen zal, niet de prins of het paard, maar de man met de zachte kriebelbaard."
Post a Comment